Vrijdag 18 Mei 2012
De Zilveren Eeuw aan de Amsterdamse grachten
Gepubliceerd op: 21 december 2010, auteur: Helm Horsten
Voor velen is de 18e eeuw vooral een tijd van neergang en stagnatie. Directeur- conservator Dunya Verwey en bestuursvoorzitter Jurn Buisman van Museum Geelvinck vertellen over het leven van rijke Amsterdammers in de periode na de Gouden Eeuw.
![]() |
|
| Detail van portret familie Jan Jacobsz Hinlopen door Gabriel Metsu |
“De mensen hier waren puissant rijk”, vult Jurn Buisman, voorzitter van het stichtingsbestuur van Museum Geelvinck, aan. “Zij konden zich alles veroorloven wat zij wensten en hadden meestal ook wel een of meer buitens”.
Klein dorpje
Museum Geelvinck is gevestigd in het huis van het echtpaar Geelvinck-Hinlopen en hun erfgenamen, tussen de Amsterdamse Herengracht en de Keizergracht. Het museum laat zien hoe het de familie verging in de periode na de Gouden Eeuw. Verwey schetst het beeld van een grachtengordel met een kleine groep families die elkaar goed kenden en waarvan leden ook regelmatig met elkaar trouwden. “In de 18e eeuw was de Amsterdamse grachtengordel net een klein dorpje, zoals nu nog steeds trouwens.”
De Geelvincken en Hinlopens hadden familiebanden met de Van Loons, de Sixen, de Trips, en de Bickers, de grote namen van burgemeesters en uit de handel en nijverheid. Buisman: “Sara Hinlopen is hier vanaf de bouw van het huis blijven wonen tot haar dood in 1749. Zij had zelf geen kinderen. In de tussentijd hebben haar neven en nichten vrij veel van de huizen in de omgeving gekocht. Zij woonden eigenlijk allemaal in de directe omgeving”.
"Mensen in dit milieu kozen hun huwelijkspartners vooral uit omwille van strategische en financieel-economische redenen”, vertelt Verwey. Vanwege deze nauwe connecties was het voor de families belangrijk om zich strikt aan de geldende sociale codes te houden. Leden van die families hielpen elkaar ook aan banen. Als voorbeeld noemt ze de benoeming van Albert Geelvinck tot één van de directeuren van de Sociëteit van Suriname.
Bloei van de burgermaatschappij
.jpg)
“De 17e eeuw laat de opgang van de burgermaatschappij zien en de 18e eeuw de bloei”, vertelt Verwey verder. De macht en rijkdom van de gepriviligeerde regentenfamilies groeide alleen maar. In de loop van de 17e eeuw kregen zij steeds meer luxegoederen, zoals (toegepaste) kunst, tot hun beschikking. In die tijd was het, door de strenge Calvinistische inslag van de Republiek, ‘not done’ om buitenshuis te opzichtig met rijkdom te pronken. Binnenshuis kon men zijn rijkdom wel laten zien, bijvoorbeeld in de vorm van kunstcollecties. Gaandeweg werden de ontvangstkamers dan ook steeds rijker gedecoreerd. Gedurende de 18e eeuw werd men wat minder terughoudend in het tonen van de rijkdom. “Dat is bijvoorbeeld goed terug te zien in de portretkunst”.
Stijlwisselingen
“Die nieuwe rijkdom maakte het voor de vrouwen uit die families, als ze een beetje ondernemend waren, ook mogelijk om zich behoorlijk te doen gelden”, vervolgt ze. Volgens haar waren het met name de vrouwen die zich bezighielden met de inrichting van de huizen. En wat dat betreft was er flink werk aan de winkel. “In het midden van de 18e eeuw brak vanuit Parijs de rococo door. Dat was in Nederland een revolutie op stijl- en smaakgebied. Wulpse vormen en kleuren.” Daarna volgde het neoclassicisme.
Politiek
Politieke onenigheid kon de families aan de gracht behoorlijk ontwrichten. Zo werd vanaf het midden van de 17e eeuw de vraag steeds prangender of men pro-Oranje was dan wel staatsgezind/patriottisch. Uiteraard werd die kwestie aan het eind van 18e eeuw helemaal op scherp gezet. Het kwam wel voor dat het ene familielid ervoor zorgde dat een ander familielid met een andere politieke voorkeur uit de vroedschap werd gezet. Buisman wijst erop dat de politieke gezindheid van één van de bewoners direct zichtbaar was in het interieur van het huis in de vorm van een neoclassicistische schildering van Johannes van Dreght boven de schouw. De stijlvorm refereert aan de Romeinse republiek en zal door de orangistische bewoner na hem niet sterk gewaardeerd zijn.
Grote geschiedenis
Het huis van het echtpaar Geelvinck-Hinlopen werd gebouwd in 1687 en bleef in handen van de familie tot 1813. Niet geheel toevallig tot het begin van weer een nieuwe periode in de vaderlandse geschiedenis. Buisman: “Als je naar dit huis kijkt, dan zie je hoe zeer de bewonersgeschiedenis te relateren valt aan dat de politieke geschiedenis van Nederland, de grote geschiedenis”.
► Meer informatie over Museum Geelvinck
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Helm Horsten, foto's: Wikimedia
Meer artikelen in de categorie Geschiedenis

Artikelen

.jpg)

