Laatste artikelen & recensies


Historische Films

  • Geschiedenis Beleven

Bekijk onze kanalen




Wij adopteren Anna Maria van Schurman!



Bekijk onze vacatures


  • GeschiedenisBeleven.nl is op zoek naar:  

    Vrijwillige eindredacteuren
    Beeld & Tekst


     
    Bekijk onze vacatures of de colofonpagina

Vrijdag 18 Mei 2012


Het recht op beledigen in de 18e eeuw


Gepubliceerd op: 16 juni 2011, auteur: Nienke Smit

Met het proces tegen Geert Wilders, waarin hij werd aangeklaagd voor groepsbelediging en discriminatie, laaide de discussie weer op over hoe ver vrijheid van meningsuiting eigenlijk mag gaan. Dat deze kwestie niet alleen iets is van deze tijd, bewijst de geschiedenis rond de Leidse boekdrukker Elie Luzac.

Het recht op beledigen in de 18e eeuw  
Portret van Elie Luzac  
Als een vooraanstaand opiniemaker profileerde Elie Luzac (1721-1796) zich als een van de meest uitgesproken voorvechters van een ongelimiteerde vrijheid van meningsuiting. Echter, aan het einde van zijn leven kwam hij hierop terug en pleitte voor overheidsregulering. 

Elie Luzac was een boekdrukker, boekhandelaar, advocaat en publicist uit Leiden. Luzac was een geëngageerd persoon met een brede belangstelling. Zo was hij de eerste in de Republiek die een uitvoerig commentaar schreef op Montesquieus Esprit des Lois en was hij een van de eersten die de originaliteit van de denkbeelden van Rousseau inzag. Toen de patriottenstrijd in 1781 losbarstte, ontwikkelde Luzac zich tot de belangrijkste conservatieve publicist van die tijd, die de patriotse pers in vele geschriften van repliek diende om de stadhouder te verdedigen.

Vrijheid van drukpers
Luzac was een vurig voorstander van de vrijheid van drukpers en schreef hier het traktaat Essai sur la liberté ses sentiments (1649) over, waarin hij betoogt dat de vrijheid van meningsuiting geen strobreed in de weg mag worden gelegd. De vrijheid van meningsuiting is volgens Luzac een natuurlijk recht, waarvan niemand, ook geen overheid, een ander mens mag beroven. Een overheid die de pers aan banden wil leggen, maakt zich volgens Luzac schuldig aan tirannie.

De vrijheid van meningsuiting is volgens hem namelijk noodzakelijk voor de vooruitgang van de mensheid. Alleen als er in de maatschappij een open en kritisch debat over alle onderwerpen kan worden gevoerd, waarbij alle kanten van de zaak worden belicht, kan de ‘waarheid’ ontdekt worden en is geestelijke vooruitgang mogelijk. Het is dus in het belang voor het algemene welzijn dat er geen beperkingen worden opgelegd aan de vrijheid van meningsuiting.

Het is volgens Luzac echter niet toegestaan om meningen openbaar te maken die de samenleving kunnen schaden. Hij vertrouwde hierbij op het redelijke vermogen van ieder mens om hierin zelf een afweging te kunnen maken. De staat hoeft hier niet aan te pas te komen. Bovendien stelt hij dat de vrijheid van mening nooit schadelijk kan zijn. Alleen als een mening verkeerd wordt geformuleerd, kan de bedoeling verkeerd worden uitgelegd en dit zou kunnen leiden tot onrust in de samenleving. Het beperken van de vrijheid zou echter veel meer schade kunnen toebrengen aan de maatschappij. Zo zouden belangrijke inzichten niet in het openbaar worden gebracht, doordat mensen bang zijn voor vervolging.

Geboorte van de politieke opiniepers
Vanaf 1781 mengde Elie Luzac zich hartstochtelijk in de politieke twisten van de patriottenstrijd en ontwikkelde zich tot de belangrijkste opinieschrijver van het orangistische kamp. De pers ontwikkelde zich in deze jaren tot een politiek instrument en werd het medium voor de publieke opinie. Hoewel ze elkaar in de pers hardhandig bestreden, waren patriotten en prinsgezinden het redelijk eens over het belang van de vrijheid van drukpers op zich. Maar de vraag waar misbruik van die vrijheid nu begon en waar deze eindigde, was een vraag waar vurig over van mening werd verschild.

Ook Luzac zelf werd in de patriotse pers onder vuur genomen. Veel laster viel er echter niet over hem te verspreiden. In een aantal bladen werd Luzac op inhoudelijke gronden aangevallen, maar hij kreeg echter ook scheldkanonnes over zich heen. In het patriotse bolwerk Utrecht werd Luzac zozeer gehaat, dat bij zijn komst naar de stad in 1783 een aanplakbiljet werd vervaardigd waarin zijn komst en verblijfplaats werden bekendgemaakt. Luzac werd vervolgens door een groepje mannen van het plaatselijke vrijkorps opgezocht in zijn logement en in elkaar geslagen. Deze gebeurtenissen sterkten hem in zijn mening dat de patriotten gevaarlijke extremisten waren.

Openhartige brieven
Tussen 1781 en 1784 schreef Luzac onder het pseudoniem Reinier Vryaart opiniestukken over de politieke toestand van de Republiek die als de Openhartige brieven werden uitgegeven. Ook de drukpersvrijheid komt hierin veelvuldig aan bod. Opvallend is dat Luzac hierin op zijn vroegere standpunt terugkomt en juist pleit voor enige overheidsregulering op de drukpersvrijheid.

Luzac beklaagt zich dikwijls over de manier waarop zijn politieke tegenstanders zich in tijdschriften en pamfletten uitdrukken. Hij noemt deze schotschriften ‘ydel gekef’ waarin de aanhangers van de stadhouders en zelfs de stadhouders zelf werden beledigd en beschimpt. Deze schrijvers maakten volgens Luzac misbruik van de vrijheid van drukpers en gebruikten deze op een manier die schadelijk zou kunnen zijn voor de samenleving.

Vrees voor volksoproer
Luzac erkent wel dat het reguleren van de vrijheid van meningsuiting erg moeilijk is, omdat het lastig is om te bepalen wanneer een mening beledigend is. Daarnaast bestaat de kans dat een wettelijke bepaling schadelijk zal uitpakken, doordat zaken die benoemd zouden moeten worden niet meer in de openbaarheid worden gebracht. Luzac stelt dan ook dat de overheid alleen moet ingrijpen als de geschriften de fatsoensnorm overschrijden en alleen uit zijn op belediging, zonder dat er echte argumenten worden aangevoerd.

Als dergelijke geschriften wel vrijelijk worden gepubliceerd, kan het onder het volk wraakgevoelens oproepen en “het volk heefthoofdig maken, en hetzelve op te wekken tot moord, roof en brand”. Hierbij verwijst hij naar het volksoproer dat ontstond in de 17e eeuw over het functioneren van de gebroeders De Witt en de bloedige gevolgen daarvan.

Moraal
Daarnaast doet Luzac ook een beroep op de eigen moraal van de pamfletschrijvers en hun beschaving om hun toon te matigen: “De zedenleer leert ons dat we den goeden naam en faam van onzen evenmensch moeten ophouden, alle agterklap en lastering tegengaan en ons tegen die uitstrooisels moeten verzetten.” De schrijvers van politieke geschriften moeten rekening houden met de gevoelens van het ‘gewone volk’. Zij hebben hierin volgens Luzac een voorbeeldfunctie en moeten laten zien dat zij als beschaafde mensen kunnen discussiëren zonder in scheldpartijen te vervallen.

Zo veroordeelt Luzac het aanvallen van buitenlandse naties in politieke geschriften. Zeker als dit in de eigen taal gebeurt is dit laf en verachtelijk. Men moet dan ook altijd het recht hebben zich tegen persoonlijke aanvallen te weren en de kans krijgen zijn goede naam te verdedigen. Dit is het recht dat altijd blijft bestaan en waar niemand een beperking op mag leggen.

Verbitterd
Het debat over vrijheid van meningsuiting in de 18e eeuw lijkt veel overeenkomsten te hebben met het debat vandaag de dag. Aan de ene kant vindt men dat alles besproken moet kunnen worden, maar anderzijds is het de vraag of deze vrijheid ook te ver kan gaan.

De indruk die achterblijft na het lezen van Reinier Vryaarts Openhartige brieven is die van een teleurgestelde en wat verbitterde Elie Luzac. Aan het einde van zijn leven was hij kritisch geworden ten opzichte van de eens door hem zo vurig verdedigde vrijheid. De vrijheid leek een bedreiging te vormen voor de binnenlandse rust en hij kon niet langer vertrouwen op zelfregulering van de pers. Hij zag de vrijheid misbruikt worden om de tegenstander te beledigen en laster te verspreiden. In een open samenleving moet alles gezegd kunnen worden, maar wel op een fatsoenlijke manier.

Verder lezen:
Elie Luzac: Boekverkoper van de Verlichting (2005), Rietje van Vliet, Uitgeverij van Tilt.

Bronnen:
* E. Luzac, Essai sur la liberté de produire ses sentiments (Amsterdam 1749).
* E. Luzac, Reinier Vryaarts openhartige brieven, om te dienen tot opheldering en regte kennis van de vaderlandsche historie; en teffens ter aanwyzinge van de waare en wezendlyke oorzaaken van 's lands vervallen en kwynende staat, mitsgaders van de middelen om tot beteren toestand te komen (1781-1784)
* W.R.E. Velema, Enlightenment and conservatism in the Dutch Republic. The political thought of Elie Luzac (1721-1796) (Assen 1993).
* R. van Vliet, Elie Luzac (1721-1796). Boekverkoper van de Verlichting (Nijmegen 2005).
* P.W. van Wissing (red.), Stookschriften. Pers en politiek tussen 1780 en 1800 (Nijmegen 2008).


©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Nienke Smit, foto's: Wikimedia


| | |
Printerversie

Meer artikelen in de categorie Geschiedenis
>J.P. Coen: een high potential in de Oost
>Homovervolgingen in de Republiek van de 18e eeuw
>Van Musscher: portrettist van de elite
>Van failliet land tot Nederland
>President centraal in Vijfde Republiek
>Grebbeberg in ons geheugen gegrift
>Pamfletten: snelle media in vroegmoderne tijd
>Vele Handen maken licht werk
>Aktion T4: leerschool voor de Holocaust
>Metrotunnel als archeologische schatkamer
>Een nieuw gevonden Nederland in Amerika
>Dubbelzinnige viering 300 jaar Frederik de Grote
>Nederlanders aan boord van de Titanic
>Dagmar van Denemarken, bitterzoet sprookjesleven
>Een rondleiding door Forum Hadriani
>Pasen, passie en de westerse schilderkunst
>Is Leonardo's Laatste Avondmaal wel zo bijzonder?
>Leven volgens de filosofie van Marcus Aurelius
>Land van Valkenburg: Middeleeuwse twistappel
>Archeologisch erfgoed en de Arabische Lente
>Wat is jouw toekomst? Griekse doe-het-zelf orakels
>Voor Friese onafhankelijkheid!
>Proeven van de oudheid
>Vis en cheesecake uit de Romeine keuken
>Anonymous: Was Shakespeare een bedrieger?
>Nie wieder Krieg: een Duits leger na 1945?
>Anna Maria van Schurman: een rariteit?
>Op zoek naar het verhaal achter historische winkels
>Babylon als oorlogsslachtoffer
>Het einde van de geheugenpaleizen
>Hoe Guy Fawkes bij Occupy belandde
>Illegale archeologische schatten te koop
>Van Mierevelt: portrettist van 17e-eeuwse BN'ers
>Romeinse topsport: goden van de arena
>Van Duitse keizer tot Doornse huismus
>De Amerikaanse roots van de musical
>Het Romeinse Griekje: Hadrianus' invloed op Athene
>Driehonderd jaar Grote Pracht
>Henk Sneevliet: Nederlandse held in China
>Süskind: geen verrader maar verzetsheld
>Locke en Wolff: de supernannies van de 18e eeuw
>Gezocht: papyri-ontcijferaars
>De eeuwige roem van Julius Caesar
>Kerst: tussen kunst en kitsch
>Girlpower bij de Etrusken
>VOC-mentaliteit? ...Haringhandel zul je bedoelen!
>De Griek: bewonderd en verguisd
>Coventry 1940: oog om oog
>Het duel, een ongebruikelijk gebruik
>Surinaamse contractarbeid: keuze of kidnap
>Puzzelen aan de PUG-collectie
>De vergeten glorie van een universiteit
>Goddelijke gezondheidszorg in klassiek Griekenland
>Drijfhout en poolvossen: overleven op Nova Zembla
>Benen gekruist voor de vrede
>De moord op Walther Rathenau
>Verzetshelden in de bajes
>Heksen in de Harz: waar is het echte verhaal?
>Het Leidens ontzet in beeld
>3 oktober in Leiden: feest met een eigen historie