Vrijdag 18 Mei 2012
Toen & nu: de Amsterdamse jodenbuurt
Gepubliceerd op: 28 maart 2011, auteur: Helm Horsten
In de jaren ’20 van de 20e eeuw gingen delen van de Amsterdamse jodenbuurt flink op de schop. Dat was ook echt wel nodig, zo blijkt uit foto’s uit die tijd en fragmenten uit het boek Koninkrijk vol sloppen.
![]() |
Auke van der Woud, hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, laat dit soort wijken weer tot leven komen in zijn boek Koninkrijk vol sloppen. Achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw. Aan de hand van fragmenten uit zijn boek en foto’s uit die tijd ontstaat een schrijnend beeld van de situatie waarin de armsten toen moesten leven.
Jeroen Bosch-achtig pandemonium
De Italiaanse schrijver Edmondo de Amicis beschreef de Amsterdamse jodenbuurt in 1874 in zijn boek Olanda. Hoewel hij was voorbereid op het ergste, werden zijn verwachtingen nog overtroffen. Van der Woud vat De Amicis’ observaties samen: “Een Jeroen Bosch-achtig pandemonium van sjofele mensen die gebroken, gescheurde, gerafelde, opgelapte, stinkende maar blijkbaar altijd nog verhandelbare spullen te koop aanboden, in vuile straten, waar vrouwen in de buitenlucht visjes bakten, meisjes baby’s wiegden, kinderen met afval speelden en oude mensen zich met ‘dierenonverschilligheid’ krabden, en hun ‘afzichtelijke naaktheden’ lieten zien.”
Al in 1866 maakten twee architecten, zo vertelt Van der Woud, een plan om de buurt in de omgeving van de Amsterdamse eilanden Uilenburg en Marken grondig aan te pakken. Volgens hen was de ‘morsigheid’ en ‘onzindelijkheid’ in die buurten misschien wel ongekend in de wereld.
Wrang
Wellicht zijn die beschrijvingen wat overdreven, zo nuanceert Van der Woud ook. Feit is wel dat de buurt geen goede reputatie had en dat dat niet geheel ten onrechte was. Zo trof onderzoeker Louis Hermans alleen al in de Uilenburgerstraat 21 vuilnisbelten aan en zag hij dat vuilnis soms ook gewoon op straat werd gedeponeerd. In hoeverre die situatie echter sterk van die in andere arme buurten verschilde, blijft onduidelijk.
Extra wrang is dat deze buurt tegelijkertijd het thuis was van een industrie die symbool staat voor ongekende weelde: de diamantindustrie. Toch woonden er niet alleen armen in de buurt. Volgens Van der Woud was het niet ongewoon dat ook mensen die in een periode goed geboerd hadden in de buurt bleven wonen.
Vroege stedelijke vernieuwing
Foto’s uit die tijd laten veel dichtgetimmerde, onbewoonbaar verklaarde panden zien, in smalle en vuile straatjes en stegen. Midden jaren ’20 ging Uilenburg op de schop en moesten de sloppen langzamerhand plaats maken voor stedelijke vernieuwing. Het stratenplan werd grondig aangepast. De smerige oude situatie werd weggepoetst met nieuwe bebouwing en brede straten. Iets meer dan tien jaar later zou de oorlog beginnen.
Toen en nu in beeld:
.jpg)

Foto's: Batavierstraat in 1925 en de Nieuwe Batavierstraat in 2011
.jpg)

Foto's: slop (gang) met onbewoonbaar verklaarde woningen in 1925. En het gebouw van de voormalige diamantslijperij Boas (tegenwoordig Gassan Diamonds) in 2011.
.jpg)

Foto's: de Uilenburgerstraat in 1925 en de Nieuwe Uilenburgerstraat in 2011
► Met dank voor de medewerking van Stadsarchief Amsterdam.
► Lees ook de boekrecensie van Koninkrijk vol sloppen. Achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur Helm Horsten, foto's: Stadsarchief Amsterdam en Helm Horsten
Meer artikelen in de categorie Geschiedenis

Artikelen

.jpg)

