Laatste artikelen & recensies


Historische Films

  • Geschiedenis Beleven

Bekijk onze kanalen




Wij adopteren Anna Maria van Schurman!



Bekijk onze vacatures


  • GeschiedenisBeleven.nl is op zoek naar:  

    Vrijwillige beeldredacteuren 

     
    Bekijk onze vacatures of de colofonpagina

Maandag 21 Mei 2012


Vitaminegebrek en de populariteit van geschiedenis


Gepubliceerd op: 13 januari 2011, auteur: Enne Koops

De belangstelling voor geschiedenis in Nederland is groot. Sterker nog; het verleden lijkt alleen maar populairder te worden. Historicus Enne Koops vroeg zich af hoe dit zo gekomen is en ging op zoek naar een antwoord.


Vitaminegebrek en de populariteit van geschiedenis  
Typerend is dat NostalgieNet in de zomer van 2009 het populairste Nederlandse digitale televisiekanaal was met gemiddeld 800.000 kijkers per week; de zender werd zelfs beter bekeken dan Discovery Channel of National Geographic. Ook Maks tv-serie In Europa (2007) scoorde goed, terwijl het blad Maarten! sinds 2010 als zelfstandig tijdschrift bestaat.

De huidige populariteit van geschiedenis – na een periode van relatieve “dooi” in de jaren zeventig en tachtig – roept de vraag op hoe dit zo gekomen is. De groei van de historische belangstelling is zonder twijfel een reactie op de diepingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen zestig jaar. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de westerse wereld in een identiteitscrisis geraakt. Verscheidene gebeurtenissen hebben hieraan bijgedragen: de culturele revolutie van de jaren 1960, ontkerkelijking en ontzuiling, de massale immigratie van mediterrane islamieten, de explosieve welvaartsgroei en natuurlijk de opkomst van televisie en internet. Voeg bij dit recept twee politieke ingrediënten – de val van de Muur en de Europese eenwording – en het menu is gereed: postmodernitis.

Vitaminegebrek
Postmodernitis leidt tot vitaminegebrek. Eten wordt een relatief begrip; snacken en snoepen het devies. Er bestaat niet één vast menu meer, en dus gaat de burger shoppen. Het gevolg van dit consumptiegedrag is dat de massa ontworteld raakt, redeloos en radeloos. Zoals de romanticus wegvluchtte van de ronkende stad met zijn rokende industrie, in de wetenschap dat hij niet weg kón vluchten, zo zoekt de postmodernistische flagellant naar een verloren gegaande geest. Maar hij vindt slechts een lege fles. De historicus Johan Huizinga kreeg postuum – en niet voor de eerste keer – gelijk met zijn sombere epistel In de schaduwen van morgen uit 1935: ‘De motoren draaien nog, de vlaggen wapperen, maar de geest is geweken.’(1)  

Postmodernitis kan leiden tot eenzaamheid, paranoia en massahysterie. In dit verband dient de quasi-religieuze herdenking van André Hazes op 27 september 2004 als voorbeeld, toen in de ArenA de tranentrekkers “Geef mij je angst” en “Bloed, zweet en tranen” uit de speakers galmden voor een gehoor van 48.000 zoekende mensen. Dit publiek, geruggensteund door honderdduizenden tv-kijkers, hoopte troost te vinden in het openlijk etaleren van groepsemoties. Tegelijk zocht de massa – gelukkig maar – ook een uitweg in nostalgie, in de troost van de geschiedenis dus. Het afscheid van Hazes was symbolisch genoeg een van de meest emotionele tv-momenten sinds 1988, toen het Nederlands Elftal de Europese titel pakte. In dat jaar veroverde Hazes’ meezinger Wij houden van Oranje de Hollandse hitlijsten.

Politieke voeding
De herleefde belangstelling voor geschiedenis komt niet alleen voort uit de postmoderne zoektocht naar een gedeelde identiteit. Het wordt ook van bovenaf gevoed, door de politiek. Het einde van de Koude Oorlog riep een prikkelende politieke vraag op: ‘Hoe nu verder?’ Het betekende in elk geval niet de overwinning van het liberalisme en daarmee het einde van de geschiedenis, zoals de filosoof Francis Fukuyama meende. De Bosnische Oorlog (1992-1995) en de aanslagen op Amerika van 11 september 2001 hebben dat voldoende bewezen.

De snelle Europese eenwording heeft onzekerheid gecreëerd rond de identiteit van de Nederlandse burger. ‘Wie zijn wij Nederlanders eigenlijk en wie worden we straks, als Europa één wordt?’, vroeg CDA-premier Ruud Lubbers zich al in jaren 1980 hardop af. In parlementaire kringen, van Frits Bolkestein tot Jan Marijnissen, groeide daarna de overtuiging dat het historisch besef in Nederland wel een stimulans kon gebruiken, helemaal na een ‘proefwerk’ over de historische kennis onder Kamerleden (die teleurstellend laag bleek te zijn) door het Historisch Nieuwsblad in 1996.

Een en ander leidde tot de opzet van een breed en duur NWO-onderzoeksprogramma over “De Nederlandse cultuur in Europese context”(2) Dit programma resulteerde in 2000 en 2001 in een vierdelige boekenreeks, beginnend met 1650. Bevochten eendracht en uitlopend op een poging tot synthese in Rekenschap. 1650-2000. (3) 

Via de commissie-De Wit en commissie-De Rooy, die een lans braken voor historische feitenkennis en een overzichtelijke canon, lanceerden de betrokkenen in oktober 2006 de ‘Canon van de Nederlandse Geschiedenis’. Even daarvoor, in september 2006, dienden Verhagen en Marijnissen een Kamermotie in voor de oprichting van een Nationaal Historisch Museum.

Lekkermakerij via media
Maar ook de media – en niet alleen het Historisch Nieuwsblad – sprongen in op de hernieuwde belangstelling voor historie en versterkten die belangstelling vervolgens zelf weer. Op 12 maart 2000 lanceerde de VPRO het historische programma Andere Tijden. Keken hier in de begintijd gemiddeld 200.000 Nederlanders per week naar, momenteel zijn dat er ruim 500.000. In 2001 werd, in het kielzog van Andere Tijden, de Grote Geschiedenis Quiz in televisieland geïntroduceerd. (4)

Twee jaar later was het de beurt aan Anno, een promotiebureau voor geschiedenis. Dit bureau gaf onder meer acht keer per jaar een historische bijlage uit bij de Sp!ts. Anno ontstond op initiatief van de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief en het Rijksmuseum, instanties die rond dezelfde tijd begonnen met de Week van de Geschiedenis. De activiteiten van Anno zijn per 1 januari 2010 grotendeels overgenomen door het Nationaal Historisch Museum.

Verder verdient de “Verkiezing van de Grootste Nederlander" nog een vermelding, uitgezonden op 15 november 2004 door de KRO. Tot schrik van veel historici rolde niet Willem van Oranje, maar Pim Fortuyn uit de bus als “grootste Nederlander aller tijden”. Het gebrekkige historische besef van veel Nederlanders was opnieuw onderstreept.

Ten slotte voeden de ongekende mogelijkheden van internet de geschiedenisgekte. Geschiedenis is bij uitstek een lees-, luister- en kijkvak, en daarmee een populair thema op internet. Bronnen- en geschiedenissites, YouTube, podcasts, weblogs, Wikipedia en Twitter bieden historici en wetenschappelijke netwerkers ongekende mogelijkheden om hun grenzen te verleggen. Voorts creëert de computer, met zijn snelle tekstverwerking, ruimte om meer en vaker te publiceren.

Van zichzelf voedzaam genoeg
Last but not least is geschiedenis gewoon een onderhoudend en plezierig tijdverdrijf. De kasten in boekenwinkels staan niet vol met wis- of natuurkundeboeken, laat staan met biologie- of scheikundeliteratuur. Nee, geschiedenis en haar hulpwetenschappen (zoals filosofie) vullen de meeste boekenplanken. Dat komt omdat deze disciplines over mensen gaan en niet over dode materie. Geschiedenis is voor elk mens toegankelijk, stilt de nostalgische gevoelens van het postmodernisme, maar moet vooral niet te moeilijk zijn. Dat laatste verklaart waarom met name de boeken van historici als Geert Mak (De eeuw van mijn vader, In Europa), Maarten van Rossem (Amerika voor en tegen) en Suzanna Jansen (Het pauperparadijs) zo populair zijn.

De hernieuwde interesse voor het verleden komt niet zozeer uit de wetenschap, als wel vanuit de samenleving. In Nederland speelt hierbij mogelijk het op leeftijd komen van de babyboomgeneratie een rol. Vergrijzing voedt de nostalgie. Voor velen is het verleden een leerzame, ontspannende en stimulerende bezigheid: men leert het voorgeslacht kennen en via hen zichzelf. En dat enthousiasmeert, zoals Johann Wolfgang von Goethe het zo mooi verwoordde: ‘Das Beste, was wie von der Geschichte haben ist der Enthusiasmus, den sie erregt.(5)  

Band tussen heden en verleden
De historie is ook een ‘discussie zonder eind’ – aldus de historicus Pieter Geyl – en blijft daardoor voedzaam. Dit adagium is een van de weinige historische waarheden waarover vakgenoten het vrijwel unaniem eens zijn. Telkens zijn nieuwe interpretaties van het verleden nodig om aansluiting te houden met het heden. Helemaal wanneer, zoals we net zagen, de samenleving gebukt gaat onder een postmodernistische identiteitscrisis. Individuen gaan in zo’n situatie op zoek naar een sterkere identiteit, die vooral in het verleden gevonden kan worden. Daarom proberen ze de band tussen heden en verleden te ‘herstellen’. Het resultaat is een nostalgisch verlangen naar vroegere tijden. (6)

Bronnen:
1.Johan Huizinga, In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd (1935)
2. H.L. Wesseling, Een vredelievend volk. Opstellen over geschiedenis (Amsterdam: Bakker, 2009) 172-175.
3. Zie voor een kritische bespreking: Hendrik Spiering, ‘Het aannemelijke verleden’, NRC (23 september 2001).
4. A. Vonk en J.J. Zurné, ‘Tien jaar Grote Geschiedenis Quiz’, Historisch Nieuwsblad 2 (2009).
5. Afkomstig uit Maximen und Reflexionen (1840), Teil I (“Allgemeines, Ethisches, Literarisches”), hoofdstuk II, spreuk 58. Zie: http://www.wissen-im-netz.info/literatur/goethe/maximen/1-02.htm
6. Kees Ribbens, Een eigentijds verleden. Alledaagse historische cultuur Nederland 1945-2000 (Hilversum: Verloren, 2002)

© GeschiedenisBeleven.nl / auteur: Enne Koops


| | |
Printerversie

Meer artikelen in de categorie Geschiedenis
>J.P. Coen: een high potential in de Oost
>Homovervolgingen in de Republiek van de 18e eeuw
>Van Musscher: portrettist van de elite
>Van failliet land tot Nederland
>President centraal in Vijfde Republiek
>Grebbeberg in ons geheugen gegrift
>Pamfletten: snelle media in vroegmoderne tijd
>Vele Handen maken licht werk
>Aktion T4: leerschool voor de Holocaust
>Metrotunnel als archeologische schatkamer
>Een nieuw gevonden Nederland in Amerika
>Dubbelzinnige viering 300 jaar Frederik de Grote
>Nederlanders aan boord van de Titanic
>Dagmar van Denemarken, bitterzoet sprookjesleven
>Een rondleiding door Forum Hadriani
>Pasen, passie en de westerse schilderkunst
>Is Leonardo's Laatste Avondmaal wel zo bijzonder?
>Leven volgens de filosofie van Marcus Aurelius
>Land van Valkenburg: Middeleeuwse twistappel
>Archeologisch erfgoed en de Arabische Lente
>Wat is jouw toekomst? Griekse doe-het-zelf orakels
>Voor Friese onafhankelijkheid!
>Proeven van de oudheid
>Vis en cheesecake uit de Romeine keuken
>Anonymous: Was Shakespeare een bedrieger?
>Nie wieder Krieg: een Duits leger na 1945?
>Anna Maria van Schurman: een rariteit?
>Op zoek naar het verhaal achter historische winkels
>Babylon als oorlogsslachtoffer
>Het einde van de geheugenpaleizen
>Hoe Guy Fawkes bij Occupy belandde
>Illegale archeologische schatten te koop
>Van Mierevelt: portrettist van 17e-eeuwse BN'ers
>Romeinse topsport: goden van de arena
>Van Duitse keizer tot Doornse huismus
>De Amerikaanse roots van de musical
>Het Romeinse Griekje: Hadrianus' invloed op Athene
>Driehonderd jaar Grote Pracht
>Henk Sneevliet: Nederlandse held in China
>Süskind: geen verrader maar verzetsheld
>Locke en Wolff: de supernannies van de 18e eeuw
>Gezocht: papyri-ontcijferaars
>De eeuwige roem van Julius Caesar
>Kerst: tussen kunst en kitsch
>Girlpower bij de Etrusken
>VOC-mentaliteit? ...Haringhandel zul je bedoelen!
>De Griek: bewonderd en verguisd
>Coventry 1940: oog om oog
>Het duel, een ongebruikelijk gebruik
>Surinaamse contractarbeid: keuze of kidnap
>Puzzelen aan de PUG-collectie
>De vergeten glorie van een universiteit
>Goddelijke gezondheidszorg in klassiek Griekenland
>Drijfhout en poolvossen: overleven op Nova Zembla
>Benen gekruist voor de vrede
>De moord op Walther Rathenau
>Verzetshelden in de bajes
>Heksen in de Harz: waar is het echte verhaal?
>Het Leidens ontzet in beeld
>3 oktober in Leiden: feest met een eigen historie