Dinsdag 22 Mei 2012
In de voetsporen van abt Emo
Gepubliceerd op: 19 september 2011, auteur: Nienke Smit
Achthonderd jaar geleden vertrok abt Emo naar Rome om bij de paus zijn gelijk te halen. Hij legde ter voet 2500 km af. Dick de Boer trad in de voetsporen van de monnik en beschreef zijn avonturen in Emo's reis.
![]() |
Mede dankzij de rijkdom aan historisch materiaal besloot Emeritusprofessor Dick de Boer de route van de monnik met de auto en de fiets te volgen. Hij schreef zijn bevindingen op in Emo’s Reis (2011).
Wittewierum
Na zijn studie begon Emo aan een korte carrière als onderwijzer in het Groningse Westeremden en als pastoor in het nabijgelegen Huizinge. Na een aantal jaren koos hij echter voor het kloosterleven. Zijn neef bezat een noodlijdende kloostergemeenschap in Wierum. Emo besloot hem te helpen het klooster tot bloei te brengen. De bewoners van Wierum schonken hun kerk zodat er een klooster gebouwd kon worden. De kloostergemeenschap sloot zich aan bij de Premonstratenzer orde, waardoor het dorp later de naam Wittewierum kreeg, vernoemd naar de witte monnikspijen.
Een barre voettocht
De bisschop van Münster, onder wiens jurisprudentie het klooster viel, maakte de gulle schenking van de dorpsbewoners echter weer ongedaan, nadat een edelman bezwaar had gemaakt. In de herfst van het jaar 1212 begon Emo aan zijn voettocht naar de Heilige Stad om bij de paus zijn gelijk te halen. Hij legde in 241 dagen 2500 km ter voet af. Midden in de winter stak Emo de Alpen over. In dat seizoen meden de meeste reizigers deze route, maar voor Emo was het noodzakelijk om snel in Rome te arriveren en dus trotseerde hij de winterse kou. In Rome stuitte hij op de stroperigheid van de bureaucratie. Zijn aanvraag duurde zo lang dat hij 50 dagen in Rome moest verblijven. Uiteindelijk kreeg Emo, na een aantal tegenslagen, de brief waar hij voor gekomen was. Toen kon hij eindelijk terugkeren naar zijn klooster, waar hij tot zijn dood in 1237 zou blijven.
Reconstructie
In het boek Emo's reis heeft De Boer een reconstructie gemaakt van Emo’s avonturen. Het stuk over de Alpen heeft de auteur bijvoorbeeld afgelegd op de fiets, om zich de ontberingen van de monnik beter te kunnen voorstellen. Zo veroorzaakte de tijdloze stilte die in de nog bestaande kloosters heerste, een emotioneel gevoel van oog in oog te staan met het verleden.
Rode draad
Het boek is prachtig vormgegeven en staat boordevol foto’s en afbeeldingen. Inventief is de manier waarop de route is aangegeven: als een echte oude middeleeuwse routekaart loopt de gevolgde weg letterlijk als een rode draad door het boek. Zo worden we van dag tot dag meegenomen op Emo’s reis. Aan de hand hiervan wordt de geschiedenis uiteengezet en krijgt de lezer een prachtig beeld van het politieke klimaat in de Middeleeuwen. Voor wie goed kijkt zijn namelijk nu nog verrassend veel middeleeuwse sporen terug te vinden.
Sporen
De plaatsen waar Emo heeft overnacht of die hij waarschijnlijk heeft bezocht bestaan meestal nog steeds. Waarschijnlijk verbleef hij vooral in bevriende kloosters en kerken. Zo wordt in het boek bijvoorbeeld de bijzondere ‘Friezenkerk’ in Rome beschreven, die tijdens zijn verblijf in de stad Emo's uitvalsbasis was. De kerk werd ooit gebouwd voor het grote aantal Friese kooplieden in de stad en de mis wordt nog altijd in het Nederlands opgedragen.
De Boer heeft veel van de nog bestaande plaatsen bezocht. Soms zijn het niet meer dan sporen die hij vindt, zoals de ruïnes van bouwwerken. Aan de hand van deze sporen is geprobeerd een gevoel van historische sensatie op te wekken. Zo schrijft hij over Emo’s bezoek aan het Franse stadje St.Jean-de-Maurienne:
“Emo moet hier een bijzondere religieuze ervaring hebben gehad. Plotseling was de Martinikerk in Groningen, die kort tevoren een arm van Sint Jan als reliek had verworven, eindeloos ver weg en toch dichtbij. Ongetwijfeld heeft hij vol ontzag een bezoek gebracht aan de Karolingische crypte waar het vingerreliek van Sint Jan werd vereerd. (…) Het moet hem ervan doordrongen hebben dat macht en geloof in de Savoie net zo hand in hand gingen als in Groningen.”
Deze opmerkingen zijn misschien niet historisch accuraat, maar maken het verhaal wel meer sprekend.
Overdaad schaadt
Het blijft gissen wat Emo precies gezien en gedacht heeft, want de abt heeft zelf, zoals eerder gezegd, niet erg uitgebreid geschreven over zijn reis. De Boer heeft het verhaal naast aangedikt daarom ook flink uitgebreid. Hij overspoelt de lezer echter te veel met zijn kennis van de tijd waarin Emo leefde. Hierdoor wordt het verhaal eerder onoverzichtelijk dan informatief. Af en toe maakt hij zelfs een uitstapje naar modernere tijden. Zo wordt er verwezen naar de Eerste Wereldoorlog en naar de schilderijen van de Groningse kunstenaarsgroep De Ploeg. Deze aanvullingen passen niet echt in het historische beeld dat De Boer wil creëren en dat is jammer, want het doet het verhaal aan helderheid geen goed.
Microgeschiedenis
Ondanks de vele aanvullingen door De Boer, geeft het boek een heel mooi beeld van de belevenissen van een reiziger in de Middeleeuwen en van een bewogen tijd. Zo leren we niet alleen over Emo's voetreis, maar ook over de politieke en religieuze verwikkelingen, belangrijkste filosofische stromingen, kruistochten en pausenstrijd. Het verhaal deze bijzondere abt wordt zo gebruikt als microgeschiedenis om het verhaal van een heel tijdvak te vertellen. Een verhaal dat je meevoert langs prachtige gebouwen en je oog in oog stelt met het verleden.
► Emo’s Reis (2011), Dick de Boer, Uitgeverij Noordboek
► Er is in 2011 ook een roman verschenen over de reis van Abt Emo: Emo's Labyrint van Ynske Penning
Afbeelding: De kloosterkerk van Wittewierum rond 1600
Verder Lezen en Luisteren:
► Website over de kroniek en het boek van De Boer
► Radio-interview met Dick de Boer op Radio Tros.nl
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Nienke Smit, eindredacteur: Marleen Boeve
Meer items: Boeken

Boeken

.jpg)

