Dinsdag 22 Mei 2012
Zachtjes gromt de waterwolf
Gepubliceerd op: 17 oktober 2011, auteur: Ditte van Dulmen
Een vaderlandse geschiedenis verteld aan de hand van de strijd tegen het water. Het lijkt zo vanzelfsprekend en toch zijn er verbazingwekkend weinig geschiedenisboeken met een dergelijke invalshoek. In Waterwolven vertelt Cordula Rooijendijk (1973) een onmiskenbaar trotse geschiedenis van stormvloeden, dijkenbouwers en droogmakers.
![]() |
Geloven in God en de maakbaarheid
In Waterwolven heeft Rooijendijk gekozen voor een biografische opzet. Elk hoofdstuk is opgebouwd rond het leven van een door haar aangewezen hoofdpersoon uit de nationale geschiedenis van de strijd tegen het water. In de manier waarop zij de mannen in haar boek als helden neer weet te zetten, herken je bijna de negentiende-eeuwse nationalistische geschiedschrijving: haar soms wat geromantiseerde stijl weet de lezer mee te slepen in een spannend avontuur van watersnoden, drooglegging en gewone mannen die geloofden in God en de maakbaarheid. Typerend is het citaat dat kopt boven haar epiloog over de huidige stand van zaken in de waterbouw: “God schiep de wereld, maar de Nederlanders maakten Nederland”. Tijdens het lezen wil je meejuichen voor Nederland en de Nederlanders, die land maakten uit water.
De hoofdpersonen in het boek zijn niet allemaal mannen uit de Geschiedenis Canon, maar je gaat geloven dat ze daar stuk voor stuk wel in thuis horen. Rooijendijk stelt ze voor als typische Nederlanders: van relatief gewone komaf, hard werkend en godvrezend lijken de dijkenbouwers en droogleggers zonderlingen met een roeping. In een samenleving die hen niet altijd gunstig gezind is, omdat voor velen geld en macht belangrijker zijn dan droge voeten, houden zij hun enige doel voor ogen: het verslaan van de waterwolf.
Het drijvende meisje van KinderdijkMaar Waterwolven gaat niet alleen over vernieuwende ideeën over drooglegging, de beste technieken om dijken te verstevigen en de goedkoopste manier om een molen te bouwen. Het boek gaat ook over de rol van godsdienst in een samenleving die regelmatig onder water staat. Over de Tachtigjarige Oorlog, toen het water behalve vijand ook medestander werd nadat dijken werden doorgestoken om de Spanjaarden te verdrijven. Het verhaalt over het meisje dat na de Tweede Sint-Elizabethsvloed (19 november 1421) drijvend in een mandje gevonden werd en zo de naam aan Kinderdijk gaf, over stedelingen die vis vingen in hun straten, over het spiksplinternieuwe stuk land dat in de Tweede Wereldoorlog van Noordoostpolder tot Nederlands Onderduikers Paradijs werd omgedoopt.
Bij het lezen van al die tot de verbeelding sprekende verhalen vraag je je weleens af of het werkelijk zo gegaan is. Maar Rooijendijk pretendeert dan ook geen wetenschappelijk boek te hebben willen schrijven. Wel is duidelijk dat Waterwolven met passie is geschreven. Het lijkt alsof de schrijfster de lezer wil laten zien dat we als Nederlanders trots mogen zijn op dit deel van onze geschiedenis. Er werd geëxperimenteerd met nieuwe methodes, gezocht naar vooruitstrevende oplossingen. Het investeren in een drooglegging was in de zeventiende eeuw bijvoorbeeld even riskant als het investeren in een VOC-schip, maar potentieel even profijtelijk. Dat Rooijendijk de geschiedenis soms wat geromantiseerd heeft doet dit verhaal eerder goed dan kwaad.
Het water blijft dreigen
Met name het vroegmoderne deel van het boek is fantastisch om te lezen. Je staat als het ware naast Andries Vierlingh (1507-1579) of Jan Adriaenszoon Leeghwater (1575-1650) in het water. In haar boek neemt Rooijendijk ons verder mee in de tijd, de twintigste eeuw door waarin Flevoland ontstond en de deltawerken Zeeland voor altijd moesten beschermen, naar het heden, waarin Nederland opnieuw stil moet staan bij het gevaar van stijgend water.
Na de lofzang van ruim 350 bladzijdes op de visionairs en ingenieurs uit het verleden eindigt het boek dan ook verrassend negatief: als we de waterbouw aan de politiek overlaten wacht ons de grootste watersnoodramp ooit. De dijken zijn zwak, de oplossingen ontoereikend. Na de discipelen van de maakbaarheid tot nationale helden gemaakt te hebben, eindigt Cordula Rooijendijk met pessimisme. De waterwolf is nog altijd niet verslagen.
► Waterwolven. Een geschiedenis van stormvloeden, dijkenbouwers en droogmakers (2009), Cordula Rooijendijk, uitgeverij Altas
Verder lezen & kijken:
► Er is een speciale site over de auteur en waterwolven.
► Een van de hoofdpersonen uit Waterwolven is Andries Vierlingh. Zijn Tractaet van dyckagie (1576-1579) over dijkonderhoud is online te lezen.
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Ditte van Dulmen, eindredactie: Margriet Pflug
Meer items: Boeken

Boeken

.jpg)

