Dinsdag 22 Mei 2012
Primitieve geneeskunde uit de Middeleeuwen?
Gepubliceerd op: 21 november 2011, auteur: Arno Luyendijk
In 2010 verscheen De Humorenleer van Hans Siebelink, een boek over de geneeskunde in late middeleeuwen in de Lage Landen. Het boek behandelt de diep doordachte zienswijze achter de middeleeuwse geneeskunst, die minder primitief was dan men vaak denkt.
![]() |
Later werkte de Romeinse arts Claudius Galenus (131-210 n. Chr) een systeem uit over de invloed van deze lichaamssappen of humores op de verschillende temperamenten en hun kenmerken van beïnvloeding. Deze humorenleer zou gedurende de daaropvolgende 1500 jaar de geneeskunst diep blijven beïnvloeden.
Warmteleer en paddenhuid
Siebelink laat zien dat vaak onverwachte waarheden blijken te schuilen in ogenschijnlijk onzinnige praktijken. Bij een beschrijvingen van middeleeuwse denkbeelden over zwangere vrouwen fronst een hedendaags mens, begrijpelijkerwijs, de wenkbrauwen: “De vrouwen hebben maar een beperkte hoeveelheid hitte. Een groot deel van deze hitte heeft de vrouw nodig voor een zwangerschap.” Echter, wanneer we bedenken dat een zwangere vrouw inderdaad al haar energie automatisch inzet voor de groei van haar baby, krijgt een dergelijke beschrijving toch een verrassend moderne betekenis.
En een ingrediënt als gekookte pad in een middeleeuws medicijn doet ons 21e-eeuwers in eerste instantie enorm walgen. Maar: de huid van sommige padden bevat de stof digitalis, een stof die tegenwoordig veel wordt gebruikt bij hartkwalen. De middeleeuwse medicijnen en geneeskundige adviezen blijken dus minder vergezocht dan je op het eerste gezicht zou denken. Dat wordt nog duidelijker als je kijkt naar adviezen over goede dagelijkse hygiëne, uitgebalanceerd voedsel of een goed evenwicht tussen voldoende beweging en slaap. Verrassend moderne inzichten, maar reeds beschreven door middeleeuwse geneeskundigen.
Verantwoording tekstHans Siebelink heeft dit boek geschreven vanuit zijn interesse in de geschiedenis als amateurhistoricus en vanuit zijn achtergrond als psychiatrisch verpleegkundige. Daarnaast heeft Siebelink al ruim twintig jaar ervaring als levende geschiedenis performer. Zoals hij in de inleiding schrijft, is het boek dan ook niet per se opgezet vanuit een wetenschappelijk oogpunt. Ook ontbreekt er een bronvermelding, omdat de schrijver van sommige bronteksten niet precies meer de gegevens en oorsprong wist te achterhalen.
Door de niet-wetenschappelijke manier van schrijven, kan je als lezer aan het einde van het boek een onbevredigend gevoel overhouden, alsof er iets ontbreekt. Maar dit is niet erg zolang je onthoudt dat de schrijver in de eerste plaats een onderhoudend en informatief boek heeft willen schrijven en niet een wetenschappelijke studie.
Grote lappen tekst
De vormgeving van het boek is niet altijd even toegankelijk. Opvallend zijn de lange stukken oorspronkelijke tekst uit de middeleeuwse boeken over geneeskunst. Deze zijn zeker erg informatief en nodig als voorbeelden bij de tekst, maar toch zijn ze vaak wat lang. Het boek is immers behalve voor historici ook voor niet-wetenschappelijke lezers bestemd. Ook de vormgeving van die lappen tekst maakt dat ze soms wat onaantrekkelijk overkomen: ze zijn in tabellen aan het eind van een stuk uitleg geplaatst en in dezelfde lettervorm gedrukt als die van de uitleg.
Eindbevinding
Het boek is in de eerste plaats geschreven als een inleiding op de middeleeuwse geneeskunst. Als die opzet bij het lezen wordt onthouden, is het boek zonder meer geslaagd te noemen. Dat er dan schoonheidsfoutjes in de vormgeving voorkomen, is niet erg. Het boek is een goede opstap om meer over de geneeskunst uit de middeleeuwen te gaan lezen en in het bijzonder over de humorenleer.
Bovendien laat het zien dat de middeleeuwse geschiedenis ook in ons hedendaags denken nog onverwachte sporen heeft nagelaten. Heel veel van de kennis over geneeskunde die we nu hebben, was toen ook al bekend. Bovendien slaagt het boek erin de klassieke kijk op de Middeleeuwse geneeskunst als achterlijke praktijk danig bij te stellen en opent het ons de ogen voor het vernuft van de Middeleeuwse arts.
►De Humorenleer. Over de geneeskunst van de late middeleeuwen in de Lage Landen (2010), Hans Siebelink, Uitgeverij Free Musketeers, Zoetermeer
Verder lezen:
► Vijf vragen aan Hans Siebelink: "Al snel werd ik besmet met het re-enactor virus"
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Arno Luyendijk, eindredactie: Nienke Smit
Meer items: Boeken

Boeken

.jpg)

