Woensdag 22 Februari 2012
Stilte rond oosters christendom doorbroken
Gepubliceerd op: 16 januari 2012, auteur: Enne Koops
Het eurocentrische beeld van het vroegmiddeleeuwse christendom, dat dominant is in bestaande geschiedenisboeken, dient hoognodig gecorrigeerd te worden. Dat blijkt uit het opzienbarende boek Het vergeten christendom van de Amerikaanse historicus Philip Jenkins.
![]() |
Het vergeten christendom wil net als Gods werelddeel een vaak vergeten realiteit in herinnering brengen en doet dat eveneens op een fenomenale manier. Jenkins’ hoofdstelling is dat het centrum van de christelijke macht van het jaar 0 tot minstens 1000 n.Chr. niet in West-Europa lag, maar in een gigantische regio die zich uitstrekte van Constantinopel (Istanbul), via het Midden-Oosten en Noord-Afrika, tot aan China.
Saddam Hoessein
In het verlengde van zijn hoofdstelling haalt Jenkins allerlei opzienbarende feiten naar boven. Niet het Frankische Rijk onder koning Clovis was rond 500 het eerste christelijke koninkrijk op aarde, zoals veel onwetende historici vermoeden. Nee, het was het oosterse koninkrijk Osroene (gelegen in het huidige Turkije en Syrië), dat onder koning Abgar al tussen het jaar 13 en 50 het eerste christelijke koninkrijk op aarde werd. Met Edessa als imponerende hoofdstad.
En wie weet er tegenwoordig nog dat de Iraakse plaats Tigrit, bekend geworden als de thuishaven van Saddam Hoessein, tot het jaar 1000 een bloeiend regionaal-christelijk centrum is? Dat Azië en niet Europa in die tijd de leiding nam in de christelijke wereld? Of dat de patriarch Yaballaha III rond 1300 qua landoppervlak een groter gezag had dan de paus in Rome?
Interactie
Jenkins laat zien dat het christendom lange tijd veel invloed had in het Midden-Oosten en Azië. Islamitische regimes maakten tussen 650 en 1000 n.Chr. gebruik van de diplomatieke en wetenschappelijke kwaliteiten van oosterse christenen.
Met name in steden als Bagdad, Damascus en Caïro waren christenen sterk vertegenwoordigd als hovelingen, artsen, schrijvers en geleerden. Door de goede contacten vond op meerdere niveaus een sterke interactie plaats tussen christendom en islam.Zo profiteerde het in 765 in Bagdad opgerichte Huis der Wijsheid, een Arabische onderzoeksacademie, volop van door christenen vertaalde wetenschappelijke boeken, zoals in 2010 ook is aangetoond door Jonathan Lyons in Het huis der wijsheid.
Er is in de periode tot 1000 meer uitwisseling tussen het christendom en de islam. Deze religies leken toen veel meer op elkaar dan tegenwoordig. De strenge vorm van de ramadan bijvoorbeeld, is ontleend aan het christelijke vasten. En de islamitische soefi-orden zijn weer ontleend aan de christelijke monnikenorden.
Ondergang
Na de bloeitijd van het oosters christendom tot 1000, ging het snel bergafwaarts. Allerlei volken, met name de Seldjoeken, Mamelukken, Mongolen en Ottomanen, liepen tussen 1050 en 1550 het Byzantijnse Rijk plat. Ze moordden complete christelijke steden uit, zoals Edessa, Antiochië en Merv, van baby’s tot bejaarden.
Vooral in Egypte, Syrië en Mesopotamië kregen de christenen het zwaar te verduren van 1300 tot 1350. De wreedheden vice versa zijn onbeschrijfelijk gruwelijk: mensen werden levend doormidden gezaagd, levend verbrand, eenvoudigweg afgeslacht.
Vanwaar deze ommekeer? Waarom verdween de aanvankelijke islamitische verdraagzaamheid richting christenen. Jenkins noemt als belangrijkste factor: de klimaatsverandering vanaf ongeveer 1300, de Kleine IJstijd genoemd. Deze leidde tot misoogsten, armoede, epidemieën en daardoor tot enorme vertwijfeling en onverdraagzaamheid. Niet voor niets begonnen de grote Europese heksenjachten in dit tijdsgewricht en deden zich veel pogroms voor, volksgerichten tegen joden.
De tweede factor is de druk van de oprukkende Mongolen, die het vooral op de islamieten gemunt hebben en de christenen gunstig gezind zijn. Dit Mongools-christelijke pact stimuleerde de moslims om wraak te nemen op de christenen, gecombineerd met een gevoel van bedreiging en vrees voor de teloorgang van de islam.
Besluit
Jenkins heeft overtuigend aangetoond dat het beeld van het middeleeuwse christendom bijstelling verdient. In dat opzicht schikt hij zich in de recente historiografische trend om de Middeleeuwen als tijdvak positief te herijken. Jenkins stelt namelijk terecht dat de beeldvorming over het middeleeuwse christendom te negatief is.
De geschiedschrijving over de Middeleeuwen blijft te vaak hangen in de geijkte woorden: gedwongen bekering (ten tijde van Clovis en Karel de Grote), kruistochten, heksenjachten, antisemitisme, inquisitie, brandstapels, ketters en ga zo maar door. Meer oog voor positieve aspecten zou welkom zijn.
► Het vergeten christendom. De duizendjarige bloeitijd van de kerk in het Midden-Oosten, Azië en Afrika (2011), Philip Jenkins, Uitgeverij Nieuw Amsterdam
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Enne Koops, eindredactie: Wytse Vellinga, beeldredactie: Wouter Groot. Afbeeldingen: Uitgeverij Nieuw Amsterdam en Wikimedia.
Meer items: Boeken

Boeken

.jpg)

