Dinsdag 22 Mei 2012
Ook de Lage Landen kenden een oudheid
Gepubliceerd op: 3 mei 2011, auteur: Stijn Heiligers
Nederlanders van tegenwoordig hebben een slecht historisch besef, zegt men. Om onze kennis weer een beetje op te poetsen zijn er in hoog tempo allerlei Nederlandse, Amsterdamse, maritieme, geneeskundige, Leidse, humanistische, wiskundige en gerontologische canons uit de grond gestampt. Maar hoe zit het nu met onze kennis van de Metuonis, Usipeten en Menapiërs?
![]() |
Bronnen en barbaren
Julius Caesar is als bron bijvoorbeeld erg belangrijk omdat hij een beschrijving geeft van de vroegste interacties tussen de Lage Landen en het Romeinse Rijk. Toegegeven, dit werk bestaat voor een groot deel uit propaganda. Maar hij was tenminste nog een ooggetuige; veel Griekse en Romeinse geschiedschrijvers hadden daarentegen nog nooit een ‘barbaar’ van dichtbij gezien. Zij namen meestal genoegen met het stereotype van de Germaan: woest, onbetrouwbaar en vechtlustig, zonder fatsoen of respect voor wetten en altijd uit op chaos en verandering.
Nieuwe inzichten
Des te indrukwekkender is het dat Jona Lendering en Arjen Bosman toch tot nieuwe inzichten weten te komen door historische teksten en archeologische vondsten aan elkaar te toetsen. Zo staat de slag in het Teutoburgerwoud bij historici bekend als een overwinning van de Germaanse stammen op de Romeinen die dusdanig verpletterend was, dat de Romeinen zich nadien niet meer ten oosten van de Rijn gewaagd hebben. Lendering en Bosman weten het echter aannemelijk te maken dat dit gebied waarschijnlijk nog geruime tijd onder Romeins gezag stond.
En dat is nog maar één van de vele voorbeelden. En passant weten de schrijvers ook te melden dat de Friezen van weleer een andere etnische groep waren dan de huidige Friezen en dat het polderen in de Lage Landen al plaatsvond bij de Germanen. Katwijk was een belangrijke Romeinse legerplaats; Tongeren, Voorburg en Cassel waren belangrijke administratieve centra. Uiteraard is niet al deze informatie nieuw, maar alleen al het feit dat de geschiedenis van de Lage Landen in de eerste eeuwen n. Chr. als samenhangend geheel wordt beschreven, mag bijzonder worden genoemd.
Een feest van herkenning?
Een zeer interessant boek dus, dat in zijn geheel goedgeschreven en regelmatig vernieuwend en verfrissend is. Blijft er dan helemaal niets te wensen over? Dat hangt ervan af. Voor historici, archeologen en doorgewinterde liefhebbers is dit boek ongetwijfeld zowel een feest der herkenning als een schat aan nieuwe informatie. Er is bijna geen onderwerp te bedenken of de schrijvers hebben er een paragraafje aan gewijd. De zeer diverse thema’s worden bovendien keurig in hun historische context geplaatst.
Dit laatste heeft als nadeel dat er plaatselijk wel erg vaak en kwistig met namen van historische bronnen, personen en volkeren gestrooid wordt. En ook lijkt een lang citaat van Velleius Paterculus (in Nederlandse vertaling) niet de aantrekkelijkste manier om de slag in het Teutoburgerwoud te introduceren. De Rand van het Rijk is dus zeker toegankelijk voor een breed publiek, maar niet per se geschikt voor je neefje van tien – ook al leest hij Asterix nog zo graag.
De late oudheid: a New Hope
Tot slot valt het op dat er in de laatste hoofdstukken weliswaar aandacht wordt besteed aan de late oudheid, maar vergeleken met de periode tot de derde eeuw is dit slechts heel beknopt. Enerzijds is dit logisch, want in deze periode trokken de Romeinen zich terug uit de Lage Landen. Maar waarom is er dan toch voor gekozen een lijntje naar de middeleeuwen uit te gooien? Misschien is dit een beetje hinken op twee benen, maar laten we vooral hopen dat dit een cliffhanger is voor een vervolgdeel.
► De rand van het Rijk, de Romeinen en de Lage Landen, Jona Lendering en Arjen Bosman, Uitgeverij Atheneaum (2010)
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Stijn Heiligers
Meer items: Boeken

Boeken

2.jpeg)

