Dinsdag 22 Mei 2012
De eeuwenoude kracht van Byzantijnse iconen
Gepubliceerd op: 21 april 2011, auteur: Hanneke Lenders
Een tentoonstelling over een ‘moeilijk’ onderwerp als iconen verdient een toegankelijke titel, moeten de makers van de tentoonstelling in het Catharijneconvent hebben gedacht: Ongekende Schoonheid, Ikonen uit Macedonië. Maar de kracht van iconen ligt niet in hun 'schoonheid', maar in hun oorsprong en betekenis.
![]() |
Alleen kenners zullen verschillen in de iconografie en stijl zien. Een buitenstaander ziet voornamelijk gelijkende Maria’s, Christussen en heiligen. Museum Catharijneconvent gebruikt de term ‘schoonheid’ om het statige karakter van de iconen tot iets esthetisch te verheffen. De aandacht wordt op deze manier van het homogene karakter afgeleid. Er is echter een oorzaak voor het eenduidige uiterlijk van iconen.
Het tweede gebod
Tot in de achtste eeuw was er veel discussie over het afbeelden van God, Maria en heiligen. Het tweede gebod binnen de (Orthodox-)Christelijke leer zegt namelijk: “Gij zult geen (afgods)beelden maken”. Uiteraard is er veel ruimte geweest voor interpretatie van deze tekst. De Byzantijnse kerk was grofweg verdeeld in voor- en tegenstanders van het maken van iconen. De tegenstanders (iconoclasten) vreesden dat het maken van afgodsbeelden tot idolatrie zou leiden, bovendien werd het ‘goddelijke’ onafbeeldbaar beschouwd.
Toch kregen de voorstanders (iconodulen) uiteindelijk de overhand. Een van hun belangrijke argumenten was dat verering niet hetzelfde was als aanbidding. God maakte nota bene het eerste beeld van zichzelf, de mens en zette Jezus Christus als verpersoonlijking van zichzelf op aarde. De iconen hadden daarnaast een didactische functie, ze dienden als afbeeldingen van de bijbel voor het grote aantal analfabeten in die tijd. De afbeelding van de heilige bevatte alle kenmerken, maar niet de essentie (ziel) van die heilige. Van idolatrie kon dus geen sprake zijn. Theodoros van Stoudion (759-826), deed over het afbeelden van heiligen een belangrijke invloedrijke uitspraak: Een gebeurtenis, zoals de kruisiging van Christus, kan maar op één manier hebben plaatsgevonden, dus kan ook maar op één manier worden afgebeeld. Er was nog maar één ‘juiste’ manier van afbeelden van God, Maria, heiligen en scènes uit de Bijbel. Er ontstonden daarbij strikte regels voor het vervaardigen van ikonen.
Het gelaat van Christus
De uitspraak van Theodoros leidde tot een stop op de ontwikkeling van de iconografie en zorgde daarmee voor het homogene karakter van iconen in het algemeen. Veel geschilderde iconen van Christus werden bijvoorbeeld gekopieerd naar het Mandylion van Edessa. Dit Mandylion bevatte volgens de Byzantijnse traditie een afdruk van het gelaat van Christus. Deze afdruk zou hij zelf in een doek gedrukt hebben, die vervolgens kon dienen ter genezing van koning Abgar.
In de westerse traditie is er de variant van het verhaal waarin Christus op de berg Golgota, op weg naar het kruis, zijn gelaat afveegt in een doek van een vrouw genaamd Veronica. In de naam van deze fictieve vrouw schuilt echter de oorsprong van het verhaal: Vera Icon: ware icoon. Deze gelaatsafdruk werd gezien als de enige echte afbeelding van Christus en vormde daardoor basis voor alle afbeeldingen van Christus als een knappe, baard dragende man. Echter, waar de westerse kunstgeschiedenis in hetzelfde tijdsbestek grote ontwikkelingen doormaakt, stond de ontwikkeling van de Byzantijnse iconen nagenoeg stil.
Werkzame kracht
De functie van iconen is breed en kent een oorsprong in de late oudheid. Nieuw aangestelde prefecten lieten afbeeldingen van zichzelf op paneel rondreizen om zichzelf te presenteren. Aan de afbeeldingen van heiligen ging men al snel, net als aan relieken, grote krachten toekennen. Er was een diep geloof in de werkzame kracht van deze iconen. Het Mandylion van Edessa illustreert dit. De icoon en de afgebeelde heilige konden ook voorspraak bieden aan de gelovige, zoals genezing of een plek in de hemel. Er ontstonden daarbij allerlei legenden rondom de iconen. Ze zouden niet door mensenhanden, maar door wonderbaarlijke inwerking zijn ontstaan. Vele kerken gingen er prat op een dergelijk icoon in bezit te hebben.
Met het iconoclasme ontstond er wel discussie over de aard van deze afbeeldingen, maar de functie is nooit verloren gegaan. De ‘schoonheid’ van een icoon was ondergeschikt. De kracht van de iconen schuilt dan ook niet in de schoonheid, maar in hun oorsprong.
► De tentoonstelling Ongekende Schoonheid: Ikonen uit Macedonië is nog te zien tot 11 mei in Museum Catharijneconvent Utrecht
.jpg)
Foto: Deesisrij: Christus, de Moeder Gods, Johannes de Voorloper, aartsengelen Michael en Gabriël en apostelen, kerk van de Presentatie, Karpinoklooster, Kumanovo. Eind 16e-begin 17e eeuw (Nationaal Museum van Macedonië, Skopje)
Foto bovenaan: Christus Pantokrator de Redder en Levenschenker, atelier van de bisschoppelijke Jovankloosterkerk van de Heilige Transfiguratie, Zrze Prilep, 1393/1394 (Nationaal Museum van Macedonië, Skopje)
Foto rechts: Evangelist Matteus, eind 13e-begin14e eeuw (Nationaal Instituut en Museum, Ohrid)
©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Hanneke Lenders, foto's Catharijneconvent
Meer items: Musea

Musea

Pantokrator.jpg)

