Laatste artikelen & recensies


Tv-gids

  • Geschiedenis Beleven

Bekijk onze kanalen




Wij adopteren Anna Maria van Schurman!



Bekijk onze vacatures


  • GeschiedenisBeleven.nl is op zoek naar:  

    Vrijwillige beeldredacteuren 

     
    Bekijk onze vacatures of de colofonpagina

Dinsdag 22 Mei 2012

'Anna Bijns was geen brave huisvrouw die ging koken'


Gepubliceerd op: 13 december 2011, auteur: Verena Demoed

Anna Bijns was geen brave huisvrouw die ging kokenAnna Bijns (1493-1575) was een bekende en goedverkopende dichteres uit Antwerpen. Ze schreef platte scheldkanonnades tegen Luther, openhartige liefdespoëzie en vrome gedichten. In het calvinistische Nederland staat Anna Bijns vandaag de dag nog steeds bekend als felle ketterhaatster. In het katholieke België wordt ze om dezelfde reden geprezen.

Judith Keßler doet onderzoek naar de antilutherse en religieuze dichtbundels van Anna Bijns. Een goede reden om haar eens uit te horen over deze spraakmakende dichteres.


Vijf vragen aan: Judith Keßler

1) Niet iedereen zal even bekend zijn met Anna Bijns. Kun je kort vertellen wie zij was?

Anna Bijns was een diepgelovige katholieke vrouw, die nooit zou trouwen. Tot haar tachtigste gaf ze les op wat je nu een lagere school zou noemen. Ze had veel van doen met de franciscanen uit Antwerpen. Een van hen – Bonaventura, naar de heilige – was haar biechtvader en dus een echte vertrouwenspersoon. Hij moet degene geweest zijn die de andere monniken op haar literaire talent gewezen heeft: “Die Anna Bijns, daar kunnen we wel iets mee in onze strijd tegen Luther.”

Herman Pleij omschrijft Bijns in zijn nieuwe boek Anna Bijns, van Antwerpen (2011) als een koppige en eigenwijze doorzetter, die gekweld werd door liefdesverdriet. Dat alles baseert hij op haar poëzie. Zelf zou ik daar wat terughoudender in willen zijn. Ik heb er zo mijn twijfels over of je dat alles direct één op één uit haar refreinen kunt halen. Het was natuurlijk wel erg bijzonder dat ze schreef. Ook was het zeer ongebruikelijk dat ze openlijk voor haar mening uitkwam. Ze was zeker geen brave huisvrouw die thuis het eten ging koken.

2) Je doet onderzoek naar Anna Bijns' refreinen. Waarom juist naar die van haar?

Ik vond het meteen bijzonder dat ze dichter was en dat ze de strijd aan durfde te gaan. En dat ze daarom nog gerespecteerd werd ook. Ze was de eerste – de eerste vrouw althans – die in de beginperiode van de Reformatie reageerde op Luther. Ze deed dat op een manier die veel mensen begrepen. Het refrein is de ideale dichtvorm om mee te argumenteren. Refreinen zijn gedichten waarvan elk couplet eindigt met steeds dezelfde woorden – de ‘stokregel’. Anna Bijns wist als geen ander hoe ze mensen daarmee aan haar kant moest krijgen.

3) Waar gaat je onderzoek precies over?

Oorspronkelijk ging mijn onderzoeksproject over de beeldvorming rond Anna Bijns. Maar vanuit die beeldvorming kwam ik vanzelf uit bij de argumentatie van haar gedichten. Haar refreinen werden namelijk vaak gekarakteriseerd als ongestructureerd, onlogisch en emotioneel. Vol haat en woede. Kortom, typisch vrouwelijk. Ook in wetenschappelijk werk kwam ik deze vooroordelen tegen. Dat was nooit gebeurd als het de gedichten van een mannelijke schrijver waren geweest. Dan hadden ze allang bekeken hoe goed ze eigenlijk in elkaar zitten.

4) Even over die beeldvorming. Anna Bijns staat vooral bekend als een aartskatholiek viswijf. Hoe zit dat precies?

Anna Bijns heeft inderdaad veel echte antilutherse scheldrefreinen geschreven. Ik vind het prachtig als mensen echt aan het schelden gaan. Maar ik denk wel dat je een klein beetje katholiek moet zijn om haar gedichten te lezen. Als je voortdurend tegen protestanten zegt dat ze leugenaars, bedriegers en aartsduivels zijn, maak je jezelf niet echt populair.

In het 19e-eeuwse België was Anna Bijns een heldin van de Contrareformatie. Dat begon meteen na de onafhankelijkheid in 1830. De Belgen gingen toen op zoek naar een eigen identiteit, een eigen traditie en naar grote Vlaamse schrijvers. Anna Bijns kwam als geroepen. Ze was katholiek, en tegen de lutheranen en calvinisten.

Ze staat trouwens niet alleen bekend als ketterhaatster, maar ook als liefdesdichteres. Dat komt door het zogenoemde 'Jonckbloet-verhaal'. De Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van W.J.A. Jonckbloet (1817-1885) is een paar keer opnieuw uitgegeven. Elke keer werd het verhaal over Anna Bijns langer en langer.

Jonckbloet maakt er een hele liefdesbiografie van. Hij schrijft dingen als “Toen ze dit refrein schreef, zat ze in de put, maar een paar dagen later schreef ze dit gedicht en was ze er weer aardig bovenop”. Het Jonckbloet-verhaal is zo belachelijk dat het weer leuk wordt om het te beschrijven. Lode Roose (1920-1991) schrijft er bijvoorbeeld over: “Jonckbloet heeft er een schandaalromannetje van gemaakt”.

5) Welk gedicht kun je ons echt aanraden?

Het refrein met de stokregel "In 't scheijden weenen wij traenkens snot ellenlangk" is zo leuk. Het gaat over een erg jonge man die verliefd is op een hele oude vrouw: “Een meijsken fraeij een letterken oudere [=een klein beetje ouder] / De seventich jaren oft daer ontrent / Heeft mijn herte gestolen”. Teder vertelt hij over haar luizenbos en tandeloze mond.

“Dan heeft zij twee lieflijcke borstkens rondt
Recht als een oude verrimpelde leerse [=net als een oude gerimpelde leren laars]
Niet eenen tandt en staet in haren mondt
Al ben ic sieck haer bijsijn maeckt mij gesondt
Duer tversamen singhen wij der vruegchden sangck
Och als lief dan lief moet laten ter stondt
In tscheijden weenen wij traenkens snot ellen langck

Ic machse / wel cussen zij en zal niet bijten
Dat es groot voordeel zij en heeft gheen tandekens
Zouse mij iemandt ontvrijen tzou mij spijten
Warent mijn vrienden twerden mijn viandekens
Ic zouder om vervechten al mijn pandekens
Ghelijc een haenken vecht om zijn hinneken
Zij heeft twee zwerte / herte verweerde handekens [=harde, verweerde handjes]
Daer zij mij me clokert onder mijn kinneken [=kietelt]
Dan zeijdt zij “mijn zoete weerde minneken”
En ic seg weder “mijn lieve lammeken”
Zwert haer op een schorft hooft heeft dit goddinneken
Vol neten / vol vincken / zij sparet cammeken [=zij gebruikt geen kammetje]
Als ic laest was bij dit zoete mammeken
Mijn herte in mijn lijf van vruegchden sprangck
Doen icse moest laten speelde ic tgrammaken [=deed ik alsof ik overstuur was]
In tscheijden weenen wij traenkens snot ellen langck”

Het is pure ironie. Je ziet het toch meteen voor je! Iedereen beschouwt Anna Bijns altijd alleen maar als een ketterhaatster of verlaten minnares. Maar met deze huwelijksspot blijkt ze ook een prima satiricus. Deze refreinen zijn nooit uitgegeven, ze komen rechtstreeks uit de handschriften. Omdat ze zo moeilijk te vinden zijn, blijft dat onbekend.

► Lees ook de recensie van Herman Pleij's boek over Anna Bijns 


Boekomslag van Dit is een schoon ende suverlijc boecxken, inhoudende veel scoone constige refereinen van Anna Bijns. (Afbeelding: uitgeverij: Acco / Koninklijke Bibliotheek Albert I Brussel, 1987) 


Verder lezen:
►Het refrein over de 70-jarige cougar en haar jonge minnaar kun je in z'n geheel lezen in: Anna Bijns, Nieuwe refereinen. Uitgegeven door W.J.A. Jonckbloet en W.L. van Helten (Gent 1886), nr. LXXXV, p. 308-310.
►Artikel: 'Teutoonse Sappho herrezen. Over de zeventiende-eeuwse receptie van de refreinen van Anna Bijns', Judith Keßler, in: Nederlandse Letterkunde 13 (2008) 106-114. 
►Artikel: 'Anna Bijns', in: W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 2: de Middeleeuwen (2) (1889).

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Verena Demoed, eindredactie: Marleen Boeve

| | |
Printerversie