Bob Marley: gewone jongen wordt vredesstrijder

Bob Marley tijdens een concert in Ierland in 1980. (Foto: Wikimedia)

Bob Marley, The King of Reggae, heeft een grote invloed op de muziekgeschiedenis gehad. Tegenwoordig wordt hij vooral in verband gebracht met zijn muziek, Jamaica en marihuana. Maar daarnaast waren zijn inspanningen op politiek en religieus gebied van grote betekenis.

Door Susanne Wiesner

Bob Marley (1945-1981) is op 6 februari 1945 geboren als Robert Nesta Marley in Nine Miles, een klein dorpje in Jamaica. Marley had een gemengde afkomst, met een zwarte moeder en een blanke vader. Dit maakte zijn leven in het door Afrikanen overheerste Jamaica er niet makkelijker op.

The Wailers

Marley vormde met enkele vrienden de band The Wailers (1963-1974), later Bob Marley & The Wailers (1974-1981). Ze braken door in de jaren ’60 en behaalden hun grootste successen in de jaren ’70. Veel nummers werden nummer 1-hits, zoals Get Up, Stand Up (1973) en No Woman, No Cry (1974); nummers die bijna iedereen tot op de dag van vandaag kent. Een van de belangrijkste bijdragen van Bob Marley & The Wailers was het doorbreken van reggae buiten Jamaica. Zo was er in 1976 een heuse reggae-mania in de Verenigde Staten ontstaan.

De muziek van Bob Marley & The Wailers werd vooral beïnvloed door de sociale onderwerpen in zijn geboorteland. Er wordt gezegd dat hij de politieke en culturele nexus van Jamaica een stem had gegeven.

Het huis op Jamaica waar Bob Marley opgroeide. Ook toen hij een wereldster was, kwam hij hier vaak. (Foto: Wikimedia)
Het huis op Jamaica waar Bob Marley opgroeide. Ook toen hij een wereldster was, kwam hij hier vaak. (Foto: Wikimedia)

Religieuze aanhanger

In 1977 overkwam Marley iets zeer bijzonders. Hij kreeg namelijk de ring van de Ethiopische keizer Haile Selassie; een moment van grote betekenis voor Marley als aanhanger en symbool van de Rastafari-beweging. De beweging ontstond in de jaren ’30 in Jamaica onder de zwarte bevolking die door het slavernij verleden onderaan de sociale ladder stonden. Rasta’s leven naar de geboden van het Oude Testament, waarin onder andere gezegd wordt dat je haar niet geknipt mag worden, vandaar Marley’s kenmerkende dreadlocks. Selassie werd door de Rasta’s gezien als profeet en volgens de overlevering zou hij opkomen voor de Afrikaanse bevolking. Hij was dus voor de rasta’s, alsook voor Marley, een belangrijk onderdeel van de beweging.

De ideologie van de Rastafari-beweging voerde Marley door in zijn muziek. Zo is Get Up, Stand Up een oproep voor de mensen om op te staan voor de verwezenlijking van Zion, het beloofde land, in dit leven.

Ook het nummer Redemption Song (1980) is een duidelijke verwijzing naar de Rastafari.

Uitdrukkingen die vaak terugkomen zijn: ‘Rastafari Vibration Positive’, ‘Escape from Babylon’, ‘Concrete jungle’ en ‘Iron Lion Zion’. Er wordt ook wel gezegd dat Marley in het nummer spreekt over zijn pijn en sterfelijkheid. Hij had bij het schrijven van het nummer namelijk al kanker en veel pijn.

Niet alleen Keizer Haile Selassie van Ethiopie groeide uit tot het symbool van de Rastafari. Ook de ethiopische vlag met de leeuw van Juda werd door hun overgenomen. (Foto: Wikimedia)
Niet alleen Keizer Haile Selassie van Ethiopie groeide uit tot het symbool van de Rastafari. Ook de ethiopische vlag met de leeuw van Juda werd door hun overgenomen. (Foto: Wikimedia)

Donkere afkomst

Ondanks zijn gemengde afkomst zag Marley zichzelf vooral als zwarte Afrikaan, qua invloed en geloof. Dit blijkt vooral uit een centraal thema in zijn nummers, ook in navolging van de Rastafari-beweging, namelijk de repatriatie van Afrikanen naar Zion, wat volgens hem Ethiopië of, meer in het algemeen, Afrika was. Marley sprak zelden over zijn gemengde achtergrond. In een interview dat hij ooit heeft gegeven, zegt hij:

Them call me half-caste or whatever. Me don’t dehpon nobody’s side. Me don’t dehpon the black man’s side nor the white man’s side. Me dehpon God’s side, the one who create me and cause me to come from black and white.

Dat de worstelingen van Afrikanen tegen de onderdrukking van het westen hem aangrepen, blijkt wel uit de nummers Survival (1979), Babylon System (1979) en Blackman Redemption (1983) waar hij dit thema bezingt. Zijn optredens waren ook vaak politiek getint, zoals op het Amandla Festival in Boston in juli 1979 tegen de Zuid-Afrikaanse Apartheid en in Zimbabwe voor Zimbabwe’s onafhankelijkheidsviering in 1980.

Tegenslagen

Een van Marley’s optredens is hem bijna fataal geworden. In 1976 beloofde hij op te treden bij het Smile Jamaica concert in 1976, georganiseerd door de toenmalige minister-president. In de jaren ’70 heersten er spanningen in Jamaica tussen de twee politieke partijen, People’s National Party (PNP) and Jamaica Labour Party (JLP). Door zijn deelname aan het concert gingen de inwoners van Jamaica er vanuit dat hij een kant had gekozen. Dit zorgde voor veel onrust binnen de bevolking en was mogelijk ook de motivatie van de aanvallers die Marley twee dagen voordat het concert zou plaatsvinden in zijn huis neerschoten. Hij werd in zijn buik en arm geraakt, maar niet levensbedreigend.

Marley liet zich ondanks zijn verwondingen niet kennen en kwam hij vlak voor het concert opdagen om te laten zien dat ‘politricks’ hem niet konden tegenhouden. Toch ging de aanslag hem niet in de koude kleren zitten. Hij vertrok naar Londen en nam hier samen met zijn band het album Exodus (1977) op, geïnspireerd op de aanslag op zijn leven en de heersende politiek in Jamaica.

Bob Marley tijdens een concert in Stockholm in 1978. (foto: Wikimedia)
Bob Marley tijdens een concert in Stockholm in 1978. (foto: Wikimedia)

One Love

De spanningen in Jamaica werden steeds heftiger. Er vonden geregeld gevechten tussen aanhangers van de verschillende partijen plaats. Marley was nog niet teruggekeerd naar zijn geboorteland, maar in april 1978 werd hij gevraagd om op te treden op het One Love Peace Concert in Kingston, Jamaica. Dit concert moest de wapenstilstand tussen de twee belangrijkste politieke groeperingen in Jamaica onderstrepen.

Het optreden werd een van Marleys meest gedenkwaardige ooit. Vlak voor het einde van zijn optreden vroeg hij de twee politieke leiders Michael Manley (PNP) en Edward Seaga (JLP) het podium op te komen. Hij liet ze elkaars handen schudden met de boodschap: One Love. Later dat jaar kreeg Bob van de Verenigde Naties ‘the Peace Medal of the Third World’. Het concert bracht helaas weinig teweeg, want beide partijleiders werden binnen twee jaar doodgeschoten en het politieke geweld ging nog enkele jaren door.

Wereldwijde impact

Marley overleed uiteindelijk op 11 mei 1981 aan kanker, die zich na het weigeren van behandeling over zijn hele lichaam had verspreid. Zijn lichaam werd bijgezet in een mausoleum in zijn geboortedorp. Na zijn dood wordt hij nog steeds geëerd. Zo werd het album ‘Exodus’ (1977) in 1999 door Time magazine tot het beste album van de 20e eeuw verkozen. Ook in bepaalde gemeenschappen staat Marley soms als rolmodel. Zo is er door de Aboriginals een beeld van hem neergezet in Victoria Park, Sydney.

Marley is bekend om het verspreiden van Jamaicaanse muziek én de Rastafari beweging naar een internationaal publiek. Hij kan ook wel gezien worden als de eerste superster uit de Derde Wereld. Het is duidelijk dat Marley niet alleen muziek maakte, maar aanzienlijke invloed heeft gehad op muzikaal, politiek en religieus gebied.

Verder lezen en kijken


©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Susanne Wiesner, eindredactie: Jim Pedd, beeldredactie: Nienke Hottinga, foto’s: Wikimedia

Leestips