Dood en verderf in het Scholtenhuis

13.02.19.Het Scholtenhuis - 1895

In 2008 legden opgravingen voor het nieuwe Groninger Forum de fundamenten van een berucht gebouw bloot: het Scholtenhuis. Vele verzetsmensen werden hier tijdens de Tweede Wereldoorlog op wrede wijze verhoord en gemarteld.

Door Femke Knoop

Het enorme gebouw in eclectische stijl, gesitueerd aan de oostzijde van de Grote Markt, was eigendom van de rijke industrieel W.A. Scholten (1819-1892). Hij liet het pand tussen 1879 en 1881 bouwen. Met zijn echtgenote betrok hij het linkerdeel van het Scholtenhuis. Zijn zoon Jan Evert (1849-1918) bewoonde het rechterdeel. Scholten was directeur van bijna 24 fabrieken, die onder andere aardappelmeel, suiker, strokarton en turfstrooisel produceerden. Daarnaast bezat hij boerderijen en veengebieden.

Ook na het overlijden van de industrieel en zijn zoon bleven zijn nakomelingen in het huis wonen. Een maand na de Duitse inval in 1940 werden de weduwe van Jan Evert Scholten en haar zoon echter zonder pardon op straat gezet.

In het Scholtenhuis vestigden de Duitse bezetters vanaf dat moment het noordelijke hoofdkantoor van de Sicherheitspolizei (SIPO) en de Sicherheitsdienst (SD).

De beul van het Scholtenhuis

Het Scholtenhuis werd tijdens de Duitse bezetting één van de meeste gevreesde gebouwen. Wie door de imponerende dubbele deuren naar binnen ging, stapte eerst op een vuil rooster dat dienst deed als deurmat. Wanneer je vervolgens de trap op liep, kwam je bij de kantoren op de eerste verdieping. De grootste afdeling daar was de Gestapo, geleid door Ernst Knorr (1905-1945) en Robert Lehnhoff (1906-1950). Het was hun taak onderduikers op te sporen en het verzet, de illegale pers, terrorisme en sabotage te bestrijden.

Zowel Knorr als Lehnhoff hadden de reputatie wreed te zijn. Het kantoor van Knorr bevond zich als enige op de tweede verdieping, naast de zolder waar de gevangenen vastzaten. Hij schoot diverse verzetsleden en deserteurs dood.

Eén van hen, Esmée van Eeghen, doorzeefde hij met maar liefst dertien kogels. Lenhoffs kantoor bevond zich aan de achterkant van de eerste verdieping.

In de verhoorruimte naast zijn kantoor martelde ‘de beul van het Scholtenhuis’ arrestanten, zodat de mensen op straat het geschreeuw niet konden horen. Tijdens verhoren sloeg hij arrestanten soms zo hard dat hun kaak brak of zij bewusteloos raakten.

Esmée van Eeghen (foto: uitgeverij Robert Lenhoff, ook wel 'de beul van het Sijthof te Amsterdam) Scholtenhuis' genoemd. (foto: Creative Commons)
Esmée van Eeghen en Robert Lenhoff ook wel ‘de beul van het Scholtenhuis genoemd. (foto: Wikimedia)

Meeste doden

Het personeel van het Scholtenhuis, waaronder de Sichterheitsdienst (SD), moest de Duitse orde in stand houden, de publieke opinie controleren en het verzet tegengaan. Daarnaast bestond hun taak uit de deportatie van bijna alle Joden uit het Noorden, het werven van dwangarbeiders voor werk in Duitsland en het fusilleren van verzetsmensen.

De zolder van het gebouw deed dienst als tijdelijke gevangenis, waar arrestanten vastzaten zolang hun verhoren duurden. Tijdens deze verhoren konden de Groninger SD’ers bijzonder wreed zijn. In de badkamer op de eerste verdieping dompelden zij arrestanten kopje onder in een koud bad, zodat zij bijna verdronken. Ook liet Jozef Kindel (1912-1948), met wie Lehnhoff zijn kantoor deelde, zijn herdershond Astrid arrestanten bijten.

De Groninger SD bleek zeer effectief in het uitvoeren van het Haagse beleid. De kille cijfers spreken boekdelen. Terwijl landelijk gemiddeld 30 procent van de Joden de oorlog overleefde, was dat in de stad Groningen slechts 20 procent. Van de 50 Silbertanne-moorden in Nederland werden maar liefst 22 in het noorden gepleegd. Ook was het totaal aantal doden als gevolg van Duitse maatregelen in Groningen groter dan in de rest van Nederland.

Ommekeer

De tweede helft van 1944 betekende voor Groningen nog eens een verslechtering van de situatie. Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) vluchtten vele NSB’ers en Duitse officieren uit de omgeving Haarlem/Amsterdam uit angst voor de geallieerden naar het Noorden van het land. Nadat hun angst ongegrond bleek, kwam een aantal pro-Duitse politiemannen, waaronder Klaas Carel Faber (1922-2012), voor de SD in Groningen werken.

Deze fanatici in het opsporen van verzetsleden en onderduikers kregen een eigen kantoor op de eerste verdieping. Doordat zij nog onbekend waren bij de mensen van het verzet konden zij gemakkelijk slachtoffers maken.

Het Niedermachungsbefehl dat Adolf Hitler (1889-1945) op 31 juli 1944 had uitgevaardigd, betekende bovendien dat ‘terroristen’ en hun helpers voortaan zonder enige vorm van proces mochten worden doodgeschoten. Van deze vrijbrief maakten de Groninger SD’ers veelvuldig gebruik. In de periode van oktober 1944 tot april 1945 stierven maar liefst drie keer zoveel verzetsmensen als in de gehele bezettingsperiode daarvoor.

13.02.19.Het Scholtenhuis - dubbel2
Klaas Carel Faber die voor de SD in Groningen werkte en George Bernard Haase; commandant van het Groningse Scholtenhuis. (Foto’s: Wikimedia en Groninger Archieven)

Zwaar getroffen

Bij de gevechten tijdens de bevrijding van Groningen op 15 april 1945 werd het Scholtenhuis zwaar getroffen. De munitievoorraad explodeerde en het pand brandde vrijwel volledig af. De personeelsleden van het Scholtenhuis werden gearresteerd en berecht.

De commandant van het Scholtenhuis, Georg Haase (1910-1968), kreeg aanvankelijk de doodstraf, maar koningin Juliana (1909-2004) verleende hem gratie omdat hij vaak gruweldaden had tegengewerkt. Zijn straf werd omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Het gratieverzoek van de eveneens ter dood veroordeelde Lehnhoff werd afgewezen. Op 27 juli 1950 werd hij gefusilleerd.

Ernst Knorr en Jozef Kindel stierven in de gevangenis, waarmee hun processen kwamen te vervallen. De Nederlander Klaas Carel Faber, wiens doodstraf door het Hof van Cassatie werd omgezet in levenslang, ontsnapte in 1952 uit de koepelgevangenis in Breda. Hij vluchtte naar Duitsland, dat hem op grond van de door zijn SS-lidmaatschap verkregen Duitse nationaliteit niet uitleverde. Hij stierf in 2012 in Ingolstadt.

Het Scholtenhuis direct na de bevrijding. (Foto: Haijer en Mees / Groninger Archieven)
Het Scholtenhuis direct na de bevrijding. (Foto: Haijer en Mees / Groninger Archieven)

Nieuwbouw

Na de oorlog werd besloten tot nieuwbouw van de oostzijde van de Grote Markt. Op de plek van het voormalige Scholtenhuis verrees de nieuwe sociëteit van het Groninger studentencorps. Behalve een plaquette in de naastgelegen Naberpassage herinnerde niets aan het beruchte gebouw dat ooit op die plek stond.

De geschiedenis van het Scholtenhuis is echter nog altijd actueel. Dat laten recente publicaties en de opgravingen in 2008 zien. Sinds 2009 is het bovendien mogelijk online een virtuele wandeling door het gebouw te maken.

Op dit moment maken de panden aan de oostzijde van de Grote Markt plaats voor het Groninger Forum. Vanaf 2016 wordt hier de geschiedenis van de stad verteld. Zo keert het verhaal van het Scholtenhuis terug op de plek waar het ooit begon.

Screenshot van website Scholtenhuis waar je online een wandeling door het gebouw kunt maken. (foto: Scholtenhuis)
Screenshot van website Scholtenhuis waar je online een wandeling door het gebouw kunt maken. (foto: Scholtenhuis)

Verder lezen en kijken

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Femke Knoop, eindredactie: Lenie Hanse-Bolle, beeldredactie: Kim Vlietman, foto’s: Wikimedia, Creative Commons Search en uitgeverij Sijthof te Amsterdam

Leestips