Het Valkhof in Nijmegen: van stadje tot keizerpaleis

Uitzicht op het Valkhof in Nijmegen in de 17e eeuw, geschilderd door door Aelbert Cuyp. (foto: Wikimedia)

Op het Valkhof te Nijmegen stond tot 1795 de imposante palts van de middeleeuwse keizer Barbarossa. Er gaan stemmen op om een deel van dit paleis te herbouwen. Wat weten we eigenlijk van de geschiedenis van het Valkhof?

Door Frank Beijaard

Hooggelegen aan de zuidoever van de Waal ligt het Valkhof. Eeuwenlang was het een strategische locatie voor bewoning en bescherming. Een hele reeks middeleeuwse koningen bouwde er hun paleis. In de loop der jaren heeft menig Nijmeegse bestuurder gefantaseerd over een herbouw van deze eens zo imposante vesting.

Die droom lijkt nu werkelijkheid te worden. De zogenaamde donjon, de grote woontoren van de burcht, wordt mogelijk herbouwd. Het Valkhof zal daarmee een overduidelijk middeleeuws karakter krijgen.

Wat is er bekend over dit middeleeuws verleden? En welke historische ontwikkelingen gingen er eigenlijk aan vooraf?

Bataafs stadje

De geschiedenis van het Valkhof begint met de komst van de Romeinen. Tussen 19 en 12 v.Chr. bereikten de legioenen van Julius Caesar (100-44 v.Chr.) de zuidelijke oever aan de Waal. Ze bouwden een groot legerkamp op de Hunerberg bij Nijmegen. Tegelijkertijd ontstond op het Valkhof het Oppidum Batavorum. Dit Bataafse stadje ontwikkelde zich al snel tot het bestuurlijke centrum van de regio waar de Bataven leefden.

Er is maar weinig bekend over de bebouwing binnen deze kleine provinciestad. Lange tijd leefden de Bataven en Romeinen op goede voet samen. In 69 n.Chr. veranderde dit dramatisch toen de Bataven in opstand kwamen tegen de Romeinse overheersing. Hoewel de Bataafse Opstand van korte duur was, waren de gevolgen voor het Valkhof enorm. Oppidum Batavorum werd door de opstandelingen in de as gelegd en voor lange tijd lijkt er geen activiteit te zijn op de heuvel.

Oude ansichtkaart van het Valkhof. Oude ansichtkaart van het Valkhof met de Sint-Nicolaaskapel en op de achtergrond de Waalbrug. (foto: Wikimedia)

Opdringende Germanen

In de 3e eeuw n.Chr. staken opdringende Germaanse stammen de Rijn over en verdreven de Romeinen uit de noordelijke grensgebieden. Tevergeefs probeerden Romeinse heersers zoals Constantijn de Grote (280-337) het gezag te herstellen. Rond 410 verlieten de Romeinen Nijmegen voor goed.

Bij hun vertrek lieten zij een versterkte burcht achter. Rondom het Valkhof zijn er uit deze tijd een zware aarden wal en twee diepe grachten gevonden. De verdedigingswerken waren onderdeel van een castellum dat zich op het Valkhof bevond. Hoelang deze vesting in gebruik is gebleven is onbekend. Vanaf de 7e eeuw n.Chr. brak er een nieuwe bloeiperiode aan voor het Valkhof.

Noord Europa viel toen in handen van de Franken. Onder de heerschappij van Karel de Grote (747-816) kende het Frankische rijk haar grootste omvang. Het rijk strekte zich uit van Italië in het zuiden tot de Deense grens in het noorden. Om dit immense rijk te besturen, waren Karel de Grote en zijn opvolgers constant op reis. Dit was de enige manier om hun contacten te onderhouden met lokale bestuurders. De Frankische vorsten stichtten daartoe paltsen, koninklijke paleizen, die dienden als tijdelijke hoofdsteden van hun rijk.

Winterkamp van Noormannen

In het jaar 770 besloot Karel de Grote om op de ruïnes van het Romeinse castellum een palts te bouwen. De keuze voor de locatie was waarschijnlijk een praktische overweging. Op en rondom het Valkhof bevond zich veel Romeins bouwmateriaal dat zeker is hergebruikt bij de bouw van het koninklijk paleis. Hoe de palts van Karel de Grote eruit heeft gezien is niet bekend.

De koninklijke woonverblijven oefenden namelijk een grote aantrekkingskracht uit op de Noormannen. Vanaf de 9e eeuw deden zij geregeld invallen in de gebieden langs de Noordzee. In het najaar van 880 veroverde een groep Noormannen de palts. Ze gebruikten het paleis als hun winterkamp.

Met het aanbreken van de lente vertrokken ze weer, maar niet voordat zij enkele gebouwen hadden platgebrand. Dit betekende opnieuw een periode van verval voor het Valkhof.

Een tekening van het Valkhof uit 1796 toen de burcht nog nét niet gesloopt was (foto: Wikimedia). Een tekening van het Valkhof uit 1796 toen de burcht nog nét niet gesloopt was (foto: Wikimedia).

Barbarossa’s woontoren

Na de dood van Karel de Grote werd het Frankische rijk verdeeld onder zijn zonen. Het Valkhof viel al snel onder de heerschappij van de Duitse vorsten. De Duitse keizer Frederik I Barbarossa (1122-1190) was een bewonderaar van Karel de Grote. Als blijk voor zijn bewondering besloot hij in 1155 tot de herbouw van de palts op het Valkhof.

Niet alleen liet de bouwlustige heerser het paleis in ere herstellen, ook breidde hij het fors uit. Zo werd er onder andere een grote woontoren van 48 meter hoog gebouwd. Deze ‘donjon’ had anderhalve meter dikke muren en diende als toevluchtsoord in tijden van beleg.

Men suggereert wel dat er ook een valkerij was gevestigd. Hier zou de naam Valkhof vandaan komen. Ter ere van de ‘herbouw’ van de palts werd er een gedenksteen gemaakt. De inscriptie verwijst naar het roemrijke verleden van de burcht en het Valkhof. Zo wordt vermeld dat Barbarossa ‘in gelijkwaardige en luister’ herstelde wat Julius Caesar tevoren had gebouwd. Duidelijk is dat Frederik Barbarossa zich bewust was van de lange geschiedenis van het Valkhof en dat hij daar graag deel van uit wilde maken.

Sloopmateriaal verkopen

Na de dood van Frederik Barbarossa is de palts meermalen van eigenaar gewisseld. Zo hebben onder anderen de Prinsen van Oranje nog gebruik gemaakt van het paleis. Uiteindelijk zorgden de enorme onderhoudskosten ervoor dat de woonburcht wederom in verval raakte. In zijn nadagen werd de Barbarossa burcht veel gebruikt als steengroeve door de bewoners van Nijmegen.

In 1795 veroverden de Fransen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Als straf voor het verzet dat Nijmegen had getoond, moest de stad een grote som geld betalen aan de Fransen. Toen bleek dat de stad de dwangsom niet kon betalen, besloot het Nijmeegse bestuur tot het slopen van de Barbarossa burcht op het Valkhof. Door het sloopmateriaal te verkopen, konden de Fransen worden betaald.

Alleen de Sint-Nicolaaskapel en de Sint-Maartenskapel wisten te ontkomen aan het geweld van de sloophamers. Uiteindelijk kocht de gemeente Nijmegen de twee gebouwen terug om cultuurhistorische redenen. Tegenwoordig zijn het de laatste materiële herinneringen aan de eeuwenlange bewoning van het Valkhof.

De Sint-Maartenskapel op het Valkhof, afbeelding uit circa 1900. De Sint-Maartenskapel op het Valkhof, afbeelding uit circa 1900.

Verder kijken & lezen

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Frank Beijaard, eindredactie en beeldredactie: Verena Demoed, foto’s: Mr. Pi / flickr, Image-in media, Beers / Stichting Donjon Nijmegen en Wikimedia.

Leestips