Ring them bells! Zoeken naar de perfecte klok

Klok van carillon in de Haagse Toren. (foto: Wikimedia / Roel Wijnants)

Hinderwet en recente bezuinigingen helpen niet echt, maar er waren tijden dat het slechter ging met carillons in Nederland. Universiteitsbeiaardier Jan Willem Achterkamp vertelt over de fascinerende ontwikkeling van dit typische fenomeen van de Lage Landen sinds de 14e eeuw.

Door Helm Horsten en Alexander Brandenburg

Soms nauwelijks hoorbaar in de verte, een enkele keer oorverdovend boven je: het geluid van de klokken van een beiaard. Carillons zijn een typisch verschijnsel voor de Lage Landen. Van de kleine 600 carillons in de wereld bevinden er zich zo’n 275 in Nederland en Vlaanderen.

Het woord ‘beiaard’ komt van ‘beieren’; het slaan tegen de klok in de toren met grote houten hamers. ‘Carillon’ komt van het Franse ‘quadrillonier’; het in vieren delen van een uur.

Overal een klok voor

Jan Willem Achterkamp is universiteitsbeiaardier op Nyenrode Business Universiteit in Breukelen. Hij bespeelt bij speciale gelegenheden het carillon in de klokkentoren van kasteel Nijenrode. Ook zorgt hij voor de automatische melodietjes die ieder kwartier worden afgespeeld. Daarnaast is Achterkamp de vaste bespeler van de beiaarden van Bathmen, Dinxperlo en Deventer. Hij neemt ons als expert mee door de tijd en schetst de ontwikkeling van het carillon door de eeuwen heen.

Volgens Achterkamp werd het hele middeleeuwse leven eigenlijk vanuit klokkentorens geregeerd. “Overal was wel een klok voor. Als de pap in het weeshuis klaar was, luidde een klok zodat iedereen die op straat zwierf, wist dat hij een bord pap kon gaan halen. Bij brand klonk een brandklok en ook was er een klok die luidde als de postkoets vertrok.”

Universiteitsbeiaardier Jan Willem Achterkamp bespeelt het carillon op Nyenrode Business Universiteit in Breukelen. (foto: Helm Horsten)
Universiteitsbeiaardier Jan Willem Achterkamp bespeelt het carillon op Nyenrode Business Universiteit in Breukelen. (foto: Helm Horsten)

Wonderwerk

Achterkamp gaat terug naar het allereerste begin van de beiaard. “Op hele oude gravures uit het oude China kun je al zien dat mensen daar speelden op klokken die in een rijtje naast elkaar hingen. In de westerse wereld wordt vanaf het einde van de 14e eeuw muziek met torenklokken gemaakt. Door de ontwikkeling van machinale uurwerken ontstond de gedachte om de melodietjes die men normaal zelf op de klok speelde, automatisch te laten klinken.

Dat was een wonderwerk in die tijd. Een stad die dat had, stak alle andere steden naar de kroon!

Geïnspireerd door de eerste orgels kwam er vervolgens een klavier bij, waarmee je de klokken kon bespelen. In 1510 werd Oudenaerde de eerste stad met een handbespeelde beiaard in de geschiedenis.”

Revolutie door een blinde beiaardier

In het midden van de Gouden Eeuw werkte de blinde jonkheer Jacob van Eyck (1590-1657) als beiaardier in Utrecht. “Op een dag floot hij een liedje en merkte dat de klokken daardoor geluid gingen maken”, vertelt Achterkamp. “Van Eyck ontdekte zo dat je een klok niet alleen kunt laten klinken door er tegenaan te slaan, maar ook door resonantie. Door te fluiten ontdekte hij dat boventonen ergens in de klokvorm een plek hebben waar ze het sterkst trillen. Deze deeltonen kun je bijstellen door materiaal aan de binnenkant van de klok weg te vijlen. Zo kun je een klok stemmen. Dat zorgde voor een revolutie in de ontwikkeling van carillons.”

“Van Eyck had nu de sleutel in handen om perfecte klokken te kunnen maken. Maar hij was beiaardier, geen klokkengieter. De gevestigde, conservatieve klokkengieters gaven echter niet thuis. Daarom kwamen twee uit Lotharingen gevluchte klokkengieters als geroepen: de gebroeders François en Pieter Hemony (respectievelijk 1609-1667 en 1619-1680). Zij bleken in staat om klokken onderling zuiver af te stemmen, een wereldwonder toentertijd.”

Een beiaardier, tekening uit 1890. (foto: Wikimedia)
Een beiaardier, tekening uit 1890. (foto: Wikimedia)

Geheim mee het graf in

Achterkamp vervolgt: “Zutphen was de stad met het eerste Hemony-carillon. Later volgden Deventer (Grote of Lebuïnuskerk) en Amsterdam (onder meer Munttoren, Westertoren en het toenmalige stadhuis). Uiteindelijk zouden de broers 51 carillons bouwen.”

“De broers zagen hun kennis als het ‘geheim van de smid’ dat ze niet wilden prijsgeven. Bij het stemmen van de klokken was dan ook hooguit de grootmeester en een enkele knecht aanwezig, de rest van het personeel werd weggestuurd. Uiteindelijk namen de Hemony-broers hun geheim (“het uyterste secreet”) met zich mee in hun graf. Daarna kon niemand meer de perfectie van de gebroeders Hemony evenaren.”

De klokken van het Hemony-carillon in de Munttoren te Amsterdam. (foto's: Wikimedia)
De klokken van het Hemony-carillon in de Munttoren te Amsterdam. (foto’s: Wikimedia)

Neergang en nieuwe bloei

Na het Rampjaar 1672 waarin de Republiek der Verenigde Nederlanden ternauwernood het vege lijf kon redden, ging het qua carillons bergafwaarts in Nederland. Er was volgens Achterkamp niemand meer die een echt goede beiaard kon vervaardigen. “Bovendien ontstond er in de 18e eeuw een andere muziekcultuur, met huismuziek en concerten die binnen werden gehouden. Ook stond de sterk chromatische muziek van de romantiek op gespannen voet met de zogenaamde middentoonstemming van de oude carillons.”

“Pas rond 1900 kwam er weer een stijgende lijn. Toen vond een Engelse geestelijke, Arthur B. Simpson, de kennis van de broers weer opnieuw uit. Hij vond een medestander in klokkengieterij John Taylor. Vanaf die tijd worden er weer zuivere klokken gegoten. Kasteel Nijenrode heeft bijvoorbeeld een carillon dat in oorsprong van Taylor is.”

“Tegenwoordig wordt in fabrieken met behulp van de computer automatisch materiaal uit de klok geslepen en is de klok in één keer gestemd. De twee leidende carillongieters van de wereld op dit moment bevinden zich in Nederland: Petit & Fritsen, in Aarle-Rixtel, en de firma Eijsbouts, in Asten. Dat laatste bedrijf leverde bijvoorbeeld in 2013 een klok aan de Notre Dame in Parijs.”

13.05.15.Zoeken perfecte klok - Notre Dam
De bel ‘Marie’ van de Notre Dam die de Nederlandse firma Eijsbouts in 2013 leverde. (foto: firma Eijsbouts)

Rembrandts en Stradivariussen

“In de 20e eeuw werden in zowel België als Nederland beiaardierscholen opgericht. Daarnaast kwam er een vakbond voor beiaardiers, goede financiële regelingen en een beiaardcentrum dat boeken uitgeeft. In de Tweede Wereldoorlog zijn veel klokken naar Duitsland afgevoerd voor de oorlogsindustrie. Ook in vroegere eeuwen gebruikten klokkengieters hun materialen tevens voor het vervaardigen van geschut. De prijs van een carillon was dan ook lange tijd sterk gerelateerd aan de oorlogen die Nederland uitvocht.”

Momenteel zijn er zo’n 180 beiaarden in Nederland. Heel veel steden en dorpen hebben nu een carillon. Achterkamp geeft daarbij wel enigszins nuancerend aan: “Sommige kwamen erbij en een paar verdwenen, zodat de teller de afgelopen twintig jaar praktisch heeft stilgestaan.”

Hij concludeert: “Je zou kunnen stellen dat het nog nooit zo goed gesteld is geweest met carillons in Nederland als nu. Dat is echter wel een beetje aan het veranderen, vrees ik. De gemeenschapszin ebt wat weg, waardoor je ziet dat de hinderwet, in het leven geroepen tegen industrielawaai, nu ook wordt losgelaten op carillons. Af en toe lijken ambtenaren ook geneigd te zijn om beiaardiers en carillons te willen wegbezuinigen. Maar we gooien toch ook geen Rembrandts weg. Die Hemony-carillons zijn de Stradivariussen onder de carillons.”

Verder lezen en kijken

  • Bezoek de website van Jan Willem Achterkamp
  • Bezoek de website van het Klok & Peel Museum Asten
  • Bekijk filmpjes met Jan Willem Achterkamp en het carillon van Nyenrode
  • Bekijk de wijding van de klok van firma Eijsbouts in Notre Dame.
  • Luister naar het carillon van kasteel Nyenrode bespeelt door Jan Willem Achterkamp:

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Helm Horsten en Alexander Brandenburg, eindredactie: Linda Moerman, beeldredactie: Kim Vlietman, foto’s: Wikimedia en Jan Willem Achterkamp en Roel Wijnants

Leestips